Even leek het gedaan te zijn met de hoogtijdagen van de festivals. In 2012 nam het aantal festivals dat in Nederland werd georganiseerd, voor het eerst in  ruim 30 jaar licht af. 

De rek was eruit, de markt verzadigd, riep menig onderzoeker en branchevereniging. Het Hollandse festivallandschap was overvol.

Maar niets is minder waar, blijkt een jaar later uit een nieuw marktonderzoek van onderzoeksbureau Respons dat woensdag verscheen. Het aantal kunst- en cultuurfestivals met meer dan 3.000 bezoekers is vorig jaar weer gestegen. Festivalliefhebbers konden 774 festivals bezoeken in 2013. Een jaar eerder waren dat er nog 708.

Sinds het Holland Pop Festival, het eerste Nederlandse meerdaagse festival, in 1970 in het Rotterdamse Kralingse Bos het licht zag, is het aanbod behoorlijk gegroeid. Waar in 1980 nog 150 festivals werden georganiseerd, telt Nederland er 34 jaar later ruim 5 keer zoveel.

Muziek, theater, literatuur, film: voor elke cultuuruiting is er wel een feestje. Vooral de laatste jaren zette de 'festivalisering’ gestaag door. Van 2005 tot en met 2013 groeide de markt met 29 procent. Festivalgangers konden vorig jaar kiezen uit maar liefst 65 festivals per maand.

Toch kregen Hollandse festivaldieren geen genoeg van de evenementen. Zo’n 21,5 miljoen mensen kwamen vorig jaar op de festivals af, terwijl dat er in 2012 nog ongeveer 19 miljoen waren. Samen gaven ze ruim 166 miljoen euro uit.

Een jaar eerder schatte Respons dat bedrag nog op 148 miljoen euro. ''Vorig jaar riep ik nog dat mensen hun geld maar één keer kunnen uitgeven, maar er lijkt maar geen eind aan te komen", lacht Hans Ligtermoet, directeur van de Vereniging van Evenementenmakers (VVEM).

Gratis festivals

Vooral gratis festivals deden het goed: 68,5 procent van de bezoekers wist zijn weg daar naartoe te vinden. Het populairste vrij toegankelijke evenement was Parkpop met 250.000 bezoekers. Voor het Amsterdam Dance Event hadden de meeste mensen geld over: het meerdaagse festival trok 300.000 danceliefhebbers.

Ondanks de nieuwe groei in zowel het aantal bezoekers als het aantal festivals heeft de markt het moeilijker. Lowlands, het grootste muziekfestival van Nederland, was sinds lange tijd niet razendsnel uitverkocht.  Voorgaande jaren waren alle 55.000 tickets binnen een paar uur tijd vergeven, nog voordat bekend was welke artiesten hun opwachting zouden maken.

Dit jaar verkocht het 22-jarige festival in de Flevopolder pas 3 maanden na het begin van voorverkoop zijn laatste kaartje. Stevige concurrentie van de vele andere festivals noemde de organisatie toen als een van de redenen waarom de verkoop stokte.

Maar niet alleen de concurrentie speelt een rol. Festivalorganisatoren hebben ook te maken met subsidies waarop wordt gekort en sponsorgeld dat een stuk lastiger los te peuteren is dan voorheen.

''Bedrijven zijn terughoudend in het geven van een zak geld in ruil voor reclame", zegt Arne Dee, beleidsmedewerker bij de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF). Ook Ligtermoet bevestigt dat de tijd dat grote merken sponsorden voorbij is.

Respons berekende dat festivals het in 2013 moesten doen met 72 miljoen euro aan subsidies en sponsorgeld. In 2012 was dat nog bijna 79 miljoen.

Dure artiesten

''Tegelijkertijd zijn artiesten steeds duurder om te boeken, maar zijn organisatoren wel van hen afhankelijk om geld te kunnen vragen voor een kaartje", zo verklaart Dee de knelpunten waar de markt mee te maken heeft.

Mensen willen namelijk best betalen voor een ticket, maar daar moet dan wel een goede line-up tegenover staan. En dat wringt, volgens de VNPF. Festivals willen graag laagdrempelig zijn en de prijs mag dus niet al te hoog zijn.

Of ze winst maken, is dan ook lang niet altijd het doel. Meestal niet zelfs, volgens Dee. ''Veel festivals zijn non-profit. Ze willen quitte draaien en zijn in eerste instantie niet uit op winst. Het duurt ook wel een paar jaar voordat het zover is. Sommige festivals werken zelfs alleen maar met vrijwilligers en hebben alleen parttime een marketeer in dienst om het festival in de markt te zetten."

Nichefestivals

Maar hoe zet je een festival succesvol op de kaart en hoe kunnen organisatoren op den duur toch beloond worden met een beetje winst? ''Een uniek product", is volgens Ligtermoet het geheim. ''Mensen gaan voor een stuk beleving. Ze willen verwend worden. Grote producties, indrukwekkende decorstukken. Maar ja, dat kost wel tonnen, soms miljoenen.’’

Nichefestivals doen het inderdaad goed, beaamt Dee. Ook hij ziet dat er de laatste jaren een verschuiving is van grote mainstreamfestivals als Lowlands, Dance Valley (40.000 tickets) en Pinkpop (60.000 kaarten) naar festivals die zich richten op specifieke doelgroepen waar meer aandacht is voor de aankleding.

Voorbeeld daarvan zijn het uitverkochte driedraagse Into the Great Wide Open op Vlieland (6.000 kaarten) en het driedaagse popfestival Best Kept Secret (15.000 bezoekers per dag) in het Brabantse Hilvarenbeek.

Een andere factor die verklaart waarom de festivalmarkt sinds 2013 weer in de lift zit, is dat evenementen meer buiten het hoogseizoen worden georganiseerd. ''De rek in de zomermaanden is wel uit", zegt Kim Behage van Respons. ''Maar doordat organisatoren meer in de andere maanden gaan zitten, is de spreiding groter en neemt de druk af."

Een flinke portie ondernemerschap en vindingrijkheid komt er dan ook wel bij kijken, geeft Dee, die zelf ook festivals organiseert, toe. Toch zal het mensen niet snel weerhouden.

''De mensen achter de feesten willen vooral iets moois neerzetten", verklaart Dee het nog altijd groeiende aantal festivals. ''Het is een passie voor muziek, cultuur in de regio. En dat is de moeite waard."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend