Hoe internettrollen de publieke opinie proberen te beïnvloeden

Internet en sociale media in het bijzonder zijn steeds vaker toneel waarop politieke partijen, overheden, afscheidingsbewegingen en terroristische organisaties strijd leveren om de publieke opinie.

Bijna 63.000 likes oogstte Frans Timmermans op Facebook met zijn emotionele toespraak bij de VN Veiligheidsraad over de vliegramp met Malaysia Airlines in Oekraïne.

Maar tussen de meer dan 10.000 reacties zat ook kritiek verstopt op de 'valse sentimenten' van de minister van Buitenlandse Zaken. In dezelfde reacties ging een beschuldigende vinger naar Oekraïne.

Het is een voorbeeld van het "slagveld in de strijd om de publieke opinie" op internet waar Jan Melissen over spreekt. Hij is hoogleraar diplomatie aan de universiteit van Antwerpen en als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael.

Timmermans noemde bij de VN het schrijnende voorbeeld van een trouwring die ontvreemd zou kunnen worden van de rampplek.

Volgens Melissen kan dat gezien worden als een poging "de rauwe werkelijkheid" in abstracte discussies over VN - resoluties te brengen, maar, zegt de hoogleraar, de Russen zien dat wellicht heel anders. "Die kunnen het zien als het opzwepen van emoties."

Dus zou het best kunnen dat ze 'trols' het internet opsturen: Op het eerste gezicht individuele Facebook-gebruikers of Twitteraars die achter de schermen werken voor een overheid of belangengroep. 

Onder meer de Engelse krant The Guardian stelde recent vast met dit fenomeen te maken te hebben. Lezers, verslaggevers en webredacteuren die reacties monitoren, zijn ervan overtuigd dat een groep door het Kremlin geregisseerde internet-trols actief is. Ze werden vooral aangetroffen bij stukken die gingen over Oekraïne.

NUjij

Het verschijnsel beperkt zich echter niet tot het internationale toneel. Mark Vos, verantwoordelijk voor NUjij en NUfoto, de sociale platformen van NU.nl, merkte ten tijde van de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 al dat er accounts werden aangemaakt die afkomstig leken van gewone burgers, maar die werden gecoördineerd vanuit partijcampagnes. "Dat gebeurde toen nog best knullig, maar het werd al snel een stuk geavanceerder."

Aan knip- en plakwerk met stukken tekst die "uit dezelfde grabbelton komen" kunnen Vos en zijn collega's een georganiseerde lobby wel herkennen. "Omdat het steeds geraffineerder wordt kan het soms even duren, maar uiteindelijk loopt zo’n account tegen de lamp." Dan is het bij NUjij einde verhaal en wordt het account verwijderd.

Het zijn allemaal verschijnselen die terug kunnen komen in het onderzoek dat Melissen in het najaar begint naar digitale ontwikkelingen binnen de diplomatie. Dan gaat het ook om wat 'public diplomacy' heet.

Dat klinkt nog redelijk neutraal, maar ook een regering die niet op het eerste gezicht bezig is met het verkondigen van een bepaalde mening via internet of sociale media, is het uiteindelijk te doen om reputatie en imago.

China

Melissen wijst op de Twitteraars die de Chinese overheid voor een luttel bedrag inhuurt voor het versturen van berichten via de Chinese Twitter-variant Weibo.

Volgens hem zijn het vooral landen als China, maar ook Iran, die veel actiever zijn geworden op internet, en dan vooral als het gaat om kwesties die deze landen in opspraak brengen.

"Het zijn vooral autoritair geregeerde landen die veel kritiek van buiten krijgen die veel actiever zijn geworden op internet", constateert Melissen. "Zij willen hun eigen verhaal doen. Ze komen dan met heel gekleurde of ronduit misleidende informatie."

Westerse landen

Maar tegelijkertijd laten westerse landen zich ook niet onbetuigd. Melissen spreekt van een trend: Steeds meer landen doen er alles aan om zich te laten gelden in het digitale domein. "Dat neemt enorme vormen aan."

Drie jaar geleden begon het Amerikaanse ministerie van Defensie al met het programma SMISC (Social Media in Strategic Communication) dat bedoeld is om campagnes op blogs en in de sociale media op te sporen die misleidende informatie verspreiden op gebieden die voor de Amerikanen van belang zijn.

Daar moet SMISCS dan de 'waarheid' tegenover zetten, allemaal met als doel om de tegenstander te beletten werkelijkheid naar eigen hand te zetten.

Melissen wijst erop dat deze vorm van 'strategische communicatie' in militaire kringen om zich heen grijpt. "Het is propaganda om het internatonale debat te beïnvloeden."

Terroristische organisaties

Niet alleen landen begeven zich op het digitale slagveld. In het Midden-Oosten zijn terroristische organisaties als al-Qaida, ISIS en al-Nusra bijzonder actief. En heel professioneel, zegt Joas Wagemakers, islamspecialist aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

"De video’s van al-Qaida zien er gelikt uit." De boodschap die de islamitische organisaties online willen verspreiden is dat er moet worden teruggevochten in een oorlog die vanuit het Westen wordt gevoerd tegen de islam. De oproep is mee te doen in die strijd.

Is het eigenlijk erg, dat 'trollen' op internet? Je weet op internet toch wel vaker niet zeker met wie je te maken hebt?  "Nou", zegt Vos, "het is op zijn minst niet chique om  je voor te doen als Piet67 uit Zaandam, terwijl je in werkelijkheid bent ingehuurd door een geoliede propagandaclub."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend

Lees meer over:

NUshop

Tip de redactie