De Joint Strike Fighter (JSF), de Fyra-hogesnelheidstrein en de NH90-helikopter hebben iets gemeen. Het zijn drie grote projecten die de afgelopen jaren veelal negatief in het nieuws kwamen. 

De vraag is echter of deze negatieve beeldvorming gezien de complexiteit van de projecten eerlijk is.

Bij het testen van de JSF kwamen al diverse problemen aan het licht. Ook is het beoogde budget fors overschreden.

De V250 van het Italiaanse AnsaldoBreda (de beoogde Fyra) gaat na een reeks problemen vrijwel ongebruikt retour, terwijl de NH90 helikopter volgens Defensie honderd tekortkomingen heeft. Zo is er onder andere sprake van roestvorming.
 
Nadat de NS de stekker uit Fyra trok, werd de JSF in de Tweede Kamer 'vliegende Fyra' genoemd. "Dat wordt dan bijvoorbeeld gezegd door Jasper van Dijk van de SP", zegt luchtvaart-econoom Hans Heerkens van de Universiteit Twente. "Van Dijk wil helemaal geen straaljagers. Dat is zijn goed recht, maar daarom brengt hij die term in de wereld."

"Sowieso heb ik bij de JSF vaak het gevoel dat door mensen die tegen de  straaljagers zijn problemen worden uitgelicht om hun standpunt te bewerkstelligen", stelt Heerkens. "Meestal zijn dat mensen zonder verstand van zaken. Dat snap ik ook wel. Als jij straaljagers maar vervelende enge dingen vindt, ga je je er ook niet in verdiepen." 

Geen goede trein

Vervoerskundige Wijnand Veeneman van de TU Delft is van mening dat de Fyra in beginsel inderdaad geen goede trein was. "Maar je moet je afvragen of de eisen voor de aanbesteding en het voorstel van AnsaldoBreda wel realistisch zijn geweest."

"Buitenstaanders kunnen zich sowieso niet voorstellen hoe ingewikkeld het maken van zo'n trein is", zegt Veeneman.

"Er zouden maar negentien treinen gemaakt worden, terwijl alle fouten er dan uitgehaald moesten zijn. Dat is ontzettend lastig en iets wat mensen niet zien. Er wordt licht over gedacht en gezegd: 'wat een stelletje prutsers dat ze die zooi bouwen'."

"Tijdens de aanbesteding is voor de goedkoopste optie gekozen. De beleidsbepalers lieten iets heel ingewikkelds uitvoeren, terwijl de keuze viel op de fabrikant die het voor de laagste prijs deed. De kans dat je jezelf daarmee gedoe op de hals haalt, is vrij groot. En de kans dat je de belofte die je aan de publieke en private kant hebt gemaakt kunt inlossen, is ook niet zo groot meer. Verbazing daarover is nogal kortzichtig."

Complexer

Volgens Heerkens is de ontwikkelingsperiode van de JSF absoluut niet zo probleemvol als mensen uit het heersende beeld opmaken. Zeker wanneer die in het perspectief van de luchtvaargeschiedenis wordt geplaatst.

"Algemeen beschouwd zijn vliegtuigen tegenwoordig veel complexer geworden. Daar staat tegenover dat ze wel veel betrouwbaarder zijn. Over de JSF wordt nu veel geklaagd, maar in mijn herinnering is de JSF het enige militaire vliegtuig van enig belang waarbij tijdens de ontwikkeling tot nu nog geen toestel is verongelukt." 

"Tijdens de ontwikkeling van de F-16 hebben zich wel diverse incidenten voorgedaan. Ook bij de F-15 is dat gebeurd, en bij de Saab Grippen, de F-22, en de Eurofighter", somt Heerkens op. "In de tijd van veertig, vijftig jaar terug vielen ze tijdens de ontwikkelingsperiode bij bosjes uit de lucht." 

Dat er bij de JSF sprake is van een enorme budgetoverschreiding, past volgens Heerkens ook bij de luchtvaartindustrie. "Voorheen ging dat niet anders. Nu was echter beloofd dat het project binnen het budget zou blijven. Dat is alles behalve gelukt. Toch is de JSF, zeker gezien de vliegeigenschappen, nog steeds goedkoper dan de meeste concurrenten.

Hoge bomen

De grote media-aandacht voor incidenten is volgens Heerkens wel te verklaren. "Hoge bomen vangen veel wind. De luchtvaart is een spannende industrie. Als Fokker bijvoorbeeld steelpannen had gemaakt, had de Nederlandse overheid het nooit zo lang in leven gehouden", zegt hij.

De luchtvaartindustrie profiteert van de media-aandacht, maar er zit soms ook wel een stukje sensatie in. Zo'n incident wordt uit z'n verband gerukt onder het mom van nieuwsgaring, zonder dat het in perspectief wordt geplaatst. Dat was bij de Airbus A380 ook het geval. Dan werd na een uitgevallen motor gezegd: 'Dat had bijna mis kunnen gaan', terwijl in de praktijk blijkt dat het vrijwel nooit mis gaat. Maar dat wordt er dan niet bij gezegd."

NH90

Heerkens vindt het besluit van Minister Hennis van Defensie om de afname van de NH90-helikopter op te schorten verstandig. Toch had er volgens hem eerder ingegrepen moeten worden. 

"Nu wordt net gedaan alsof die hele helikopter niet deugt. Dat is gewoon niet zo. De politiek en defensie hebben wel laten gebeuren dat problemen die al een hele tijd spelen niet zijn opgelost. Daar zijn ze niet altijd even zakelijk in. Met name die problemen met roest; als jij een maritieme versie van zo'n helikopter maakt en hij is gevoelig voor roest, heb je wel wat uit te leggen. Dan zou je verwachten dat er stevig wordt ingezet om het op te lossen, maar het ettert jarenlang door. Defensie had daar beter bovenop moeten zitten. De fabrikant heeft duidelijk niet laten zien dat hij de problemen voortvarend op zou gaan lossen. Dat had wat sneller gekund." 

'Italiaanse rommel'

Het feit dat de Fyra door een Italiaanse fabrikant werd gebouwd, werkte ook niet mee in de beeldvorming. 

"AnsaldoBreda heeft samen met Bombardier prima Italiaanse treinen gebouwd", zegt Veeneman. "Waarom het misgaat is heel ingewikkeld te zeggen bij dit soort projecten. Dan hebben we behoefte aan makkelijke verklaringen. Als we dan vinden dat Italiaanse auto's al jaren roesten, zeggen mensen: 'zie je wel, dat is van hetzelfde laken een pak.' Dan vergeten we voor het gemak dat er ook prachtige Ferrari's worden gebouwd in Italië, die het wel doen. Het is fijn om op clichés te kunnen terugvallen." 

"Het is voor de politiek heel ingewikkeld om met complexe redeneringen om te gaan. Er moeten beslissingen worden genomen. Het is daarbij heel moeilijk om werkelijk recht te doen aan de complexiteit van de projecten in de politieke arena."

Uiteindelijk speelde de beeldvorming wel een rol in het besluit om definitief met de Fyra te stoppen, stelt Veeneman. Hij haalt het moment dat de Belgen de Fyra afbrandden aan, waardoor volgens hem de optie om met de Fyra door te gaan, weg was. De beeldvorming in de media werd zo slecht, dat de optie om door te gaan met de trein verdween. Dit was publicitair gezien niet meer uit te leggen.  

"Het zijn situaties waarin mensen in grote onzekerheid beslissingen moeten nemen, waarvan we achteraf zeggen dat het simpel was. Dat is echter niet het geval."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend