''Als het moet, delen we een klap uit om te zorgen dat onze mensen veilig thuis kunnen komen", zegt de ervaren F-16-vlieger Maurice Schonk.

Hij maakte het geregeld mee in Afghanistan. Dan hing hij in zijn gevechtsvliegtuig boven een groep militairen om hen onderweg te beschermen en kwam er plotseling via de noodfrequentie een oproep binnen om zo snel mogelijk naar collega’s te gaan die elders onder vuur lagen.

Schonk was commandant van het laatste F-16-detachement in Afghanistan. Elf jaar geleden maakte 'Skunk’ zijn eerste vlucht boven het land, vorige week de laatste. 

Met de laatste groep militairen van de luchtmacht keert hij zaterdag terug uit Afghanistan. De ruim vijftig militairen maken deel uit van de Air Task Force, die de afgelopen twaalf jaar verantwoordelijk was voor de inzet van de F-16's boven het land.

Schonk: "Ter plaatse overleg je met je man op de grond, hoor je op de achtergrond machinegeweer en zie je overal rook. Die mannen zitten in het nauw. Je moet dan snel een idee krijgen van wat zich daar afspeelt. Zijn er burgers in de buurt? Een school? Is er een trouwerij gaande? We bepalen hoe we zo effectief en nauwkeurig mogelijk en met zo min mogelijk nevenschade kunnen garanderen dat die mannen weer weg kunnen."

Een F-16 kan dan hard en heel laag overvliegen om vijanden af te schrikken. ''Of je gaat er een keer langs met je boordkanon. Of je gooit een bom. Daarna wordt het rustig. Dan hoor je de adem van die mannen op de grond rustiger worden en dan zijn ze blij dat ze weer een extra dag in Afghanistan hebben", vertelt Schonk, die 200 uur boven het oorlogsgebied in het Centraal-Aziatische land heeft gevlogen.

Schonk en andere Nederlandse piloten van de luchtmacht hebben in de afgelopen twaalf jaar vele honderden bommen en granaten afgevuurd om militairen in nood te ontzetten en vijandelijke strijders en andere vijandelijke doelen uit te schakelen. Daarbij gelden strenge afspraken.

Vliegerspsycholoog

Terug in Nederland krijgen piloten een gesprek met een speciale vliegerpsycholoog om te praten hoe het is gegaan, wat ze hebben meegemaakt en wat dat met hen doet. Het gooien van bommen en het gebruik van het boordkanon kunnen tot persoonlijke of ethische dilemma’s leiden.

Schonk is daar niet zo bang voor, de vliegers zijn er goed op voorbereid tijdens de opleiding. Volgens de luitenant-kolonel is de inzet van wapens, wat een uiterste middel is, een heel rationeel proces.

''We nemen daar iets uit wat schade toebrengt aan onze vrienden. Of dat een auto of vijandelijke troepen zijn, dat maakt mij niet veel uit. Wij zien een grote stofwolk en vliegen verder. Ik hoef niet te weten wat er onder die stofwolk is gebeurd. Het gaat mij erom dat het gevecht is gestopt, dat we zorgen dat onze mensen hun operatie veilig voortzetten."

Daarmee kwam er een einde aan twaalf jaar missie van de Nederlandse luchtmacht in Afghanistan. Aan de missie in Afghanistan deden behalve F-16’s ook Apache-gevechtshelikopters, transporthelikopters en een tankvliegtuig mee.

Problemen niet opgelost

De F-16’s zorgden voor de veiligheid van Nederlandse militairen en hun bondgenoten en voerden ook veel fotoverkenningsmissies uit, onder meer om bermbommen op te sporen.

''De problemen zijn nog niet opgelost, maar we hebben het land wel de goede richting op geholpen. We hebben gedaan wat we moesten doen. Er zijn verkiezingen geweest, het is nu tijd voor de Afghanen om te laten zien dat ze het zelf kunnen", zegt Schonk, die eerder actief was in Bosnië en Kosovo.

Nadat een piloot z’n wapens heeft gebruikt, bekijkt hij bij terugkomst op de vliegbasis samen met een leidinggevende altijd direct de beelden en andere gegevens om te zien of de juiste afwegingen zijn gemaakt.

Ook de marechaussee onderzoekt of aan alle randvoorwaarden is voldaan en stuurt dan een dossier naar het Openbaar Ministerie. Volgens het ministerie van Defensie is daaruit gebleken dat alle Nederlandse wapeninzet in Afghanistan voldeed aan de strikte regels.

Volgens Schonk, die al 23 jaar F-16-piloot is, bewijst dat hoe goed de vliegers zijn opgeleid. ''Vanaf het begin wordt er bij ons ingeramd dat er een geweldsinstructie bij hoort en dat we daar nooit van mogen afwijken. De vlieger heeft altijd het laatste woord. Alles overziende kan hij weloverwogen besluiten niet op de rode knop te drukken en dus geen bom af te werpen."

Bommen gooien

Schonk vloog in april 2003 voor het eerst boven Afghanistan, toen nog vanuit Kirgizië. Later was hij actief vanuit Kandahar in het zuiden van Afghanistan en de laatste maanden vanuit Mazar-e-Sharif in het noorden. Vaak zat hij vier tot zeven uur in de lucht en werd zijn straaljager in de lucht bijgetankt.

Voordeel in Afghanistan was dat er geen vijandelijke vliegtuigen waren en dat de dreiging vanaf de grond meeviel. ''Daardoor hoefden we niet te knokken. Een luchtgevecht is veel dynamischer en intensiever voor vliegers. Bommen gooien is veel planmatiger."

Schonk is zaterdag bij een ceremonie op vliegbasis Eindhoven ter ere van twaalf jaar onafgebroken inzet van de luchtmacht in Afghanistan. Samen met oud-commandanten van de Air Task Force zal hij een erehaag vormen voor ruim vijftig militairen van de laatste lichting die terugkomen uit Mazar-e-Sharif.

Voordat Schonk twee maanden geleden als vliegende commandant naar Afghanistan werd uitgezonden, was hij op het ministerie van Defensie betrokken bij de evaluatie van missies. Nu zijn missie in Afghanistan erop zit, gaat hij terug naar die kantoorbaan in Den Haag.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend