De belangrijkste Oranjemarsen in Noord-Ierland, die zaterdag worden gelopen, zetten de verhoudingen in het land weer op scherp. 

De organisatoren roepen relschoppers op weg te blijven en verzekeren dat de marsen vreedzaam zullen verlopen. Maar de oplopende spanning verraadt dat de kloof tussen de katholieken en de protestanten nog net zo diep is als vroeger.

Duizenden marsen trekken jaarlijks door het landsdeel van het Verenigd Koninkrijk, van zowel protestanten als katholieken, maar ook van vakbonden of goededoelenorganisaties.

Die van 12 juli vormen het hoogtepunt van het marsseizoen en herdenken de Slag aan de Boyne, waar in 1690 de Nederlandse en vooral protestante koning-stadhouder Willem III zijn katholieke schoonvader James II versloeg.

Het protestantse volksdeel ziet de marsen als een viering van het geloof,  het erfgoed en de unie met Groot-Brittannië, maar ze zijn een schop tegen het zere been van de veelal republikeinse katholieken. Die ervaren 'the Twelfh’ als provocatief en niet zelden eindigt de dag dan ook met rellen en gewelddadigheden.

De politie is vooral beducht voor rellen op plekken waar de marsen door katholiek gebied trekken. De ogen zijn onder meer gericht op de wijk Ardoyne in Noord-Belfast, waar de afgelopen vier jaar bloedige gevechten uitbraken. Daarbij liepen tientallen agenten verwondingen op, omdat ze werden aangevallen met brandbommen, stenen, flessen en ceremoniële zwaarden.

Fanfare

De landelijke Paradecommissie besloot daarom vorige week dat een van de Oranjemarsen niet mag teruggaan over Crumlin Road, die de scheidslijn vormt tussen nationalisten (katholieken) en unionisten (protestanten).

Op de heenweg mag de mars wel die route volgen, op voorwaarde dat de begeleidende fanfare daar alleen religieuze muziek speelt. De beslissing veroorzaakte een woedende reactie van verschillende protestantse groeperingen, die zich prompt terugtrokken uit een overleg over de parades.

Vorig jaar oordeelde de Paradecommissie precies hetzelfde over de route. Toen de Oranjemannen desondanks probeerden via Crumlin Road terug te lopen vonden ze de politie tegenover zich, waarop rellen ontstonden die dagenlang aanhielden.

Demonstranten houden sindsdien een straat die aan Ardoyne grenst bezet. De Oranjeorder paradeerde uit protest tegen het hernieuwde verbod deze week naar het protestkamp, dat Noord-Ierland alleen al door de permanente aanwezigheid van politiebewaking 10 miljoen pond heeft gekost.

De Paradecommissie is in 1998 opgezet om de geschillen over de marsen te beslechten en bemiddelt tussen de organisatoren en de tegenstanders van een mars. Haar uitspraken zijn bindend, maar de protestanten doen die nu af als 'belachelijk'.

Zij eisten donderdag  een onderzoek naar de beslissingen van de Commissie. Elke mars zal zaterdag bovendien zes minuten tot stilstand komen, de tijd die het gekost zou hebben om over Crumlin Road te lopen.

Famine Song

Tegelijkertijd tekenden de leiders van de unionisten en de Oranjemannen een eed dat de marsen en de protesten tegen de omstreden beslissing vreedzaam zullen verlopen.

''Als je beeld van protest dat van geweld is, of als je onrust wil stoken binnen de unionisten, blijf dan alsjeblieft weg bij onze demonstraties’’, verklaarde de grootmeester van de Oranjeorder. De politie noemde de verklaring ''verantwoordelijk en een toonbeeld van leiderschap’’.

Daarmee is het verloop van de Oranjemarsen in handen van de individuele loges die ze organiseren. De vraag is of die zich op cruciale plekken weten in te houden.

Twee jaar geleden ontstond een onverwacht knelpunt voor een katholieke kerk in het centrum van Belfast. De fanfareband van een Oranjemars speelde daar de Famine Song, een anti-katholiek lied over de hongersnood die in de negentiende eeuw aan 5 tot 8 miljoen Ieren het leven kostte.

Sindsdien gelden strikte regels over welke muziek vlakbij de kerk mag worden gespeeld. Dergelijke provocaties kunnen zaterdag de lont in het kruitvat vormen.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend