PVV-leider Geert Wilders zet alles op alles om naast Kamerlid ook Europarlementariër te worden. Europa stak daar juist een stokje voor omdat deze dubbele pet steeds meer begon te knellen.

Echt een primeur heeft Geert Wilders niet, als hij erin slaagt zowel lid van de Tweede Kamer als van het Europees parlement te worden.

Maar populair is dit dubbel lidmaatschap in Nederland nooit geweest. Begin jaren tachtig waren PvdA’er Piet Dankert en zijn VVD-collega Aart Geurtsen korte tijd dubbelparlementariër, maar daarna heeft geen Nederlands volksvertegenwoordiger zich er nog aan gewaagd.

Het is eigenlijk niet te doen, zeggen zelfs de principiële voorstanders van het dubbelmandaat. Voormalig voorzitter van de Tweede Kamer Frans Weisglas bijvoorbeeld. Tien jaar geleden bepleitte hij al dat Camiel Eurlings lid van de Tweede Kamer zou mogen blijven toen  de CDA’er was gekozen in het Europees Parlement.

Volgens Weisglas zou een dubbelrol in Europa en Den Haag heilzaam zijn voor ''de gebrekkige band’’ tussen het Europees en het nationaal parlement. Het zou de bekendheid van Europarlementariërs zeker goed doen. Het zou ook geen kwaad kunnen als Tweede Kamerleden door hun lidmaatschap van het Europees Parlement thuis raken in Brussel.

Maar Weisglas zegt nu dat uitgerekend Eurlings destijds voldeed aan de profielschets die bij zo’n pendelparlentariër hoort: het lidmaatschap van een grote Kamerfractie, zodat hij wat gemakkelijker gemist kan worden, en het ontbreken van familiaire verplichtingen.

Eigenlijk moet je er vrijgezel voor zijn, wil Weisglas maar zeggen. Anders zijn beide functies praktisch gezien niet te combineren.

Inhoudelijke problemen

Maar ook inhoudelijk kan het dubbelmandaat problemen opleveren. Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, herinnert zich dat de Nederlandse PvdA-europarlementariër Piet Dankert in zijn hoedanigheid van Kamerlid vragen kreeg over standpunten die het Europees parlement had ingenomen.

Het illustreert in zijn ogen een belangrijke bezwaar tegen het dubbellidmaatschap: een Europarlementariër moet besluiten nemen die boven het belang van afzonderlijk EU-lidstaten uit kunnen gaan, terwijl diezelfde volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer wel eens heel anders aan zou kunnen kijken tegen dezelfde kwestie.

''Dan kom je toch in een gekke spagaat."

In het Europees Parlement begon in de jaren tachtig dat inzicht ook te groeien. Een dubbellidmaatschap werd door de groeiende betekenis van het Europarlement een steeds zwaardere opgave, en het besef dat dubbele petten van de parlementariërs steeds meer begonnen te knellen nam ook toe.

Iedereen een 'dubbelmandaat'

Voortdurende discussies over bijvoorbeeld de Europese begroting zou steeds vaker leiden tot  de spagaat waar Voermans het over heeft: een Europarlementariër zou zich sterk kunnen maken voor een groeiend Europese budget, wat in zijn eigen land en in zijn eigen parlement op problemen zou kunnen stuiten omdat de lidstaten dan meer aan Europa moeten afdragen.

Het gevolg was dat het aantal parlementariërs met een dubbelmandaat in de loop der jaren drastisch afnam. Tot de eerste verkiezingen van het Europees parlement in 1979 bestond het parlement uit leden van de nationale parlementen van de EU-lidstaten.

Elke Europarlementariër had dus een dubbelmandaat. In het eerste rechtstreekse door de Europese burgers gekozen parlement koos nog bijna een derde van de leden nog voor een dubbelmandaat.

Maar eind vorige eeuw was het aantal Europarlementariërs met een dubbelmandaat al teruggelopen tot 6 procent en in 2002 stemde het Europees parlement in met een voorstel om er een streep door te zetten. Alleen voor Ierland, Groot-Brittannië en nieuwe lidstaten bleven tijdelijke uitzonderingen bestaan.

Terug in geschiedenis

Met zijn stap naar het Europees Hof van Justitie probeert Wilders het Europarlement dus terug te laten gaan in zijn eigen geschiedenis. Voermans noemt het een slimme zet omdat het Wilders weer in het middelpunt van de belangstelling zet in een tijd dat hij daarvoor steeds meer moeite voor moet doen.

Een dubbelmandaat zou een Europarlementariër meer gezicht geven in het eigen land, maar volgens Voermans is een grotere  zichtbaarheid niet doorslaggevend voor het draagvlak dat hij geniet onder zijn kiezers. ''Zichtbaarheid is maar een van de factoren voor draagvlak, blijkt uit onderzoek dat we hebben gedaan."

Volgens de hoogleraar gaat het meer om effect en vertrouwen en dat laatste neemt met een dubbelmandaat niet toe. In het grote Europarlement blijven de Nederlanders een klein groepje. ''Zelfs als je elke avond in Nieuwsuur op tv verschijnt, verandert daar niets aan. Het blijven nobody’s."

Steunbeer

Maar Voermans waarschuwt dat er wel iets moet gebeuren om het Europarlement overeind te houden, want hij ziet de opkomst voor de Europese verkiezingen alleen maar achteruit hollen nu de kiezers niet echt weten waarvoor ze stemmen.

Een dubbelmandaat beschouwt hij hoogstens als een 'steunbeer' die een inzakkend gebouw overeind kan houden.

Liever ziet hij dat de kiezers twee stemmen krijgen: een voor een nationale kandidaat en een voor een Europese kandidaat die op een Europese lijst staat. Alleen zo zullen de verkiezingen weer gaan over Europese kwesties en niet uitdraaien op een strijd over nationale onderwerpen, zoals nu het geval is.

Volgens Jan Willem Sap, hoogleraar Europees recht aan de Open Universiteit, kan het zeker geen kwaad als een bekend politicus als Geert Wilders Europarlementariër wordt, maar hij ziet dit ook als een kans voor de PVV-voorman zelf.

Van de nationalistische politicus die hij nu is, zou hij in het Europarlement een echte Europeaan kunnen worden. ''Daar moet hij opkomen voor alle burgers van Europa. Ik heb het idee dat hij daar echt van zal opknappen."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend