De Europese Unie beleefde tien jaar geleden een mega-uitbreiding: van 15 naar 25 lidstaten. Wat heeft het de nieuwe én oude lidstaten gebracht?

Wie regelmatig in de auto zit, kan het niet ontgaan: het aantal vrachtwagens met Oost-Europese nummerplaten is enorm toegenomen.

Nederland heeft zijn koppositie als marktleider in het Europese wegvervoer moeten inleveren. Polen heeft die rol overgenomen, zo constateert het Economisch Bureau van de ING in een onderzoek dat later deze maand verschijnt.

Het is slechts een van de vele gevolgen van de uitbreiding naar het oosten. Zo'n 75 miljoen inwoners kreeg de EU erbij op 1 mei 2004. Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Cyprus en Malta maakten voortaan deel uit van de unie. 

Hoe uiteenlopend er over die uitbreiding ook werd gedacht, historisch was het zeker. De breuk tussen Oost- en West-Europa van na de Tweede Wereldoorlog werd ermee hersteld.

''Voor de volkeren van Midden- en Oost-Europa symboliseerde Europa de waarden waarnaar zij tijdens de periode van het IJzeren gordijn en de Koude oorlog meer dan een generatie lang hebben terugverlangd", schreef oud-premier Wim Kok destijds in een rapport aan de Europese Commissie.

Economische gevolgen

Grenzen gingen open, een groot deel van Oost-Europa was ineens onderdeel van de Europese interne markt.

''Voor die landen zelf is dat heel positief geweest", zegt professor Paul De Grauwe van de London School of Economics.

"Hun economieën groeiden en door het lidmaatschap van de EU kwamen ze in aanmerking voor Europese miljarden. Het wemelt in Oost-Europa van de bordjes met de tekst 'mede mogelijk gemaakt door de Europese Unie'."

Volgens De Grauwe is het wat handel betreft een win-winsituatie. ''Voor landen als Polen en de Baltische staten is de EU veruit de belangrijkste handelspartner geworden. Vroeger was dat Rusland. Het is verrassend hoe snel dat is gebeurd."

Ook Nederlandse bedrijven doen hun voordeel met de open grenzen en nieuwe afzetmarkten. De export naar het oosten is grofweg verdubbeld sinds de uitbreiding, blijkt uit cijfers van het CBS.

Miljarden euro's

Polen staat inmiddels op de 8e plaats van onze belangrijkste handelspartners. Alleen al de uitvoer naar dat land is goed voor 8,5 miljard euro. De export naar Oost-Europa, exclusief Rusland, bedraagt nu meer dan 20 miljard euro. Werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB Nederland en LTO zagen de nieuwe lidstaten alleen al daarom graag komen.

Eurocommissaris Stefan Füle (Uitbreiding) noemde afgelopen week ook een getal: volgens zijn ambtenaren heeft de uitbreiding Nederland tot nog toe 11 miljard euro opgeleverd.

Aan de andere kant is ook veel Nederlands belastinggeld in Oost-Europa terechtgekomen, via de Europese fondsen. Nederland betaalt immers meer geld aan de EU dan het ontvangt, voor de nieuwe lidstaten geldt het omgekeerde.

'Amper bestuurbaar’

Econoom De Grauwe ziet ook een aantal nadelen van de forse uitbreiding van de EU. Met Roemenië, Bulgarije en Kroatië erbij telt de unie inmiddels 28 lidstaten. ''We zijn te talrijk, de EU wordt een instelling die amper nog te besturen is."

Hij vindt dat Europa daarom meer een politieke unie moet worden, maar ziet in dat niet alle landen dat willen. ''Ik vind dat we vooruit moeten gaan, maar wellicht niet met zijn allen tegelijk." Geen probleem, vindt De Grauwe, want zo werkt het ook al met de euro en met de open grenzen, waar bijvoorbeeld Groot-Brittannië niet aan mee wil doen.

Ook in economisch opzicht zijn er duidelijke verliezers. Bijvoorbeeld werknemers die hun baan kwijtraakten omdat bedrijven hun productie naar Oost-Europa verplaatsten. ''Ik begrijp heel goed dat mensen daarover gefrustreerd zijn", zegt De Grauwe.

''Dat doet pijn. Maar er is geen andere manier van economische ontwikkeling. Kapitalisme is creatieve destructie: oude industrieën verdwijnen, maar er ontstaan ook weer nieuwe."

Migratie

De open grenzen leidden tot een flinke instroom van migranten. Polen vormen met 160.000 tot 180.000 mensen de grootste groep Oost-Europeanen in Nederland, meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vorige zomer.

Hun precieze aantal is onbekend, omdat inschrijving bij de gemeente niet verplicht is. Wat Oost-Europeanen vooral naar Nederland trekt: werk. De meesten zijn twintigers of dertigers en keren uiteindelijk terug naar hun land van herkomst.

Uit opinieonderzoek blijkt keer op keer dat behoorlijk wat Nederlanders zich zorgen maken over hun komst. In een enquête van het SCP zei de helft van de ondervraagden eind 2013 dat Oost-Europeanen wat hen betreft in Nederland mogen werken.

Een kwart staat daar neutraal tegenover. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat veel mensen bezorgd zijn over verdringing op de arbeidsmarkt, criminaliteit en 'uitkeringstoerisme': 62 procent vindt die nadelen groter dan de voordelen.

Oost-Europeanen waren de afgelopen jaren herhaaldelijk negatief in het nieuws. Er zijn nog altijd malafide uitzendbureaus die hen onderbetalen, op diverse plaatsen is overlast doordat teveel migranten in een huis wonen. En dan was er nog de toeslagenfraude, gepleegd door Bulgaarse bendes.

Relatief weinig uitkeringen

Problemen zijn er dus zeker, maar er zijn ook angsten die overtrokken lijken. Uit diverse onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat Oost-Europeanen weinig beroep doen op de sociale zekerheid.

Volgens het recentste Jaarrapport Integratie (pdf) heeft 2 procent van de Polen in Nederland  een  bijstandsuitkering en 3,5 procent ww, net iets meer dan autochtonen. Daarmee presteren ze beter dan alle andere migrantengroepen.

Polen, Roemenen en Bulgaren worden wel iets vaker verdacht van misdrijven dan autochtonen. Volgens het SCP zijn er aanwijzingen dat veel van die misdrijven door rondreizende bendes worden gepleegd.

Dat 'mobiel banditisme' is ook een gevolg van open grenzen. Migranten die hier wonen en werken hebben daar doorgaans niets mee te maken, stelt het SCP. ''Maar hun imago lijdt er wel onder."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend