Gifgas dat mogelijk met Nederlandse grondstoffen is gefabriceerd, zorgde in augustus vorig jaar voor dood en verderf in Syrië. Twee Nederlandse bedrijven hebben over een lange periode 220 ton glycol en 6 teflonpompen geleverd.

Dat heeft het regime van president Bashar al-Assad gebruikt voor de productie van chemische wapens, zo blijkt uit gegevens die het bewind donderdag openbaar moest maken aan de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW).

Frank Slijper, die voor PAX (het voormalige IKV Pax Christie) onderzoek doet naar wapenhandel, moest direct denken aan de gifgasaanvallen van het Iraakse leger onder Saddam Hoessein in de jaren 80 tijdens de oorlog met Iran. Toen kwam een aanzienlijk deel van de grondstoffen voor de chemische wapens (40 tot 45 procent) uit Nederland, bleek later.

"Je zou zeggen dat we ons lesje wel hebben geleerd, dat we door schade en schande wijs zijn geworden. Maar de geschiedenis herhaalt zich", zegt Slijper.

Honderden doden en een veelvoud aan gewonden vielen vorig jaar augustus in enkele opstandige buitenwijken van Damascus toen het Syrische leger die bestookte met gifgas. 

Toepassingen

Probleem is dat glycol ontzettend veel toepassingen kent en in enorme hoeveelheden wordt geproduceerd, zegt Sico van der Meer, onderzoeker chemische wapens aan het instituut Clingendael. Glycol wordt bijvoorbeeld gebruikt als grondstof voor koelvloeistof, antivries of voor petflessen. Het is nog maar een paar jaar bekend dat er ook mosterdgas en het giftige VX-gas van gemaakt kan worden.

Dual use, heet dat in jargon. Van der Meer: "Dient de stof een vreedzaam doel of kun je er ook chemische wapens mee maken? Er zijn chemische stoffen waarvan duidelijk is dat je ze voor militaire doeleinden kunt aanwenden. Die staan dan ook op de verboden lijst. Maar er zijn duizenden soorten chemicaliën waarbij je dat niet precies kunt weten, zoals met glycol het geval was. Het schemergebied is dus groot."

Waarschuwing

Ook Slijper erkent het probleem van meervoudig gebruik. "Glycol wordt gebruikt voor alles en nog wat." Maar hij wijst erop dat de Verenigde Staten al in 2003 Nederland heeft geattendeerd op militaire toepassing. "Al waarschuwde de VS toen voor raketbrandstof, niet voor chemische wapens."

Ook toen het onderzoeksinstituut TNO in 2006 aantoonde dat glycol kan worden gebruikt voor de productie van VX- en mosterdgas, gingen noch bij de overheid noch bij de chemische industrie voldoende alarmbellen rinkelen, stelt hij. "Het heeft Nederland niet belet om door te gaan de export, nog tot 2010. Dat is toch wel heel erg halfslachtig, zo niet meer dan slordig."

De kwestie maakt volgens hem opnieuw duidelijk dat landen zeer zorgvuldig moeten omgaan met chemicaliën die voor militaire en civiele doeleinden gebruikt kunnen worden.

"Je moet extra opletten bij zendingen naar pariastaten en landen die het Verdrag Chemische Wapens niet hebben ondertekend, waaronder toen ook nog het regime van Assad. Bloembollen of kaas aan Syrië verkopen is toch wat anders dan glycol. Ik zeg: bij twijfel niet inhalen. Als het niet duidelijk is waar iets naar toe gaat, doe het dan niet."

Zwarte lijst

Maar het is niet altijd zo eenduidig, relativeert Sico van der Meer van Clingendael. "Dat glycol meer toepassingen heeft, was bij een kleine groep experts bekend. Je kunt een land dat een verdrag niet wil ondertekenen wel op een zwarte lijst zetten, maar moet je het ook helemaal lam leggen?"

Een bedrijf is weliswaar verantwoordelijk voor het product dat het levert, stelt hij, maar je kunt nooit precies weten wat de ontvanger ermee doet.

"Het is moeilijk om daar doorheen te prikken." Zo kreeg een Canadese firma afgelopen week nog een boete van 90.000 dollar omdat ze spullen had geleverd aan Iran. Die had ze vervolgens gebruikt voor zijn atoomprogramma. Van der Meer: "Het ging om 50 onschuldige rubberen ringetjes van 30 dollarcent per stuk. Net als lange tijd bij glycol werd gedacht: daar kan je toch geen kwaad mee doen?"

'Geen boze opzet'

Ook Slijper gaat in de glycol-kwestie niet uit van boze opzet, in tegenstelling tot indertijd met Irak het geval was en waarvoor de Nederlandse zakenman Frans van Anraat in 2007 werd veroordeeld tot zeventien jaar cel wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. "Deze zending glycol is laakbaar, maar van een heel andere orde."

Van der Meer: "Van Anraat wist wel degelijk dat de spullen die hij leverde geen vreedzame doeleinden dienden.’’ Slijper hamert erop dat overheid en bedrijfsleven beter moeten controleren wat de bestemming is van een zending chemicaliën. "Er is nogal een verschil of Toyota Syrië vraagt om glycol of het ministerie van defensie in Damascus.’’

Al is ook dat geen garantie, geeft hij toe. Zo probeerde in de jaren 80 het Iraakse ministerie van Industrie en Gewasbescherming pesticiden in het Westen te kopen ten behoeve van het verbeteren van de landbouw. Het bleek een dekmantel voor het inkopen van chemicaliën en het ontwikkelen van gifgassen. Slijper: "Het is niet zo moeilijk om een rookgordijn op te trekken."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend