Vijf jaar na het overlijden van schrijver Martin Bril blikken Ronald Giphart en Bart Chabot terug op het leven en werk van hun vriend. "We waren een rock-'n-roll band zonder instrumenten."

Martin Bril overleed op 22 april 2009, aanstaande dinsdag precies vijf jaar geleden, op 49-jarige leeftijd aan de gevolgen van slokdarmkanker. Bril verwierf vooral bekendheid door zijn columns voor Het Parool en De Volkskrant.

Bril liet in die columns zijn licht schijnen op alledaagse situaties binnen en buiten het gezinsleven en de door hem geïntroduceerde 'rokjesdag' werd opgenomen in de Van Dale. Veel van zijn columns werden gebundeld in boekvorm uitgegeven.

Voor zijn boek De Kleine Keizer kreeg Bril postuum de Bob den Uyl-prijs uitgereikt.

Giphart & Chabot met bril

Samen met Ronald Giphart en Bart Chabot gaat Bril in 2005 en 2006 op tournee onder de naam Giphart & Chabot met bril. Het brengt de drie mannen, die elkaar op dat moment al jaren kennen, nog dichter bij elkaar. "We waren een rock-n'-roll band zonder instrumenten. Toen we met die theatertoer begonnen, hadden we niet het idee dat er ooit een einde aan zou komen", zegt Bart Chabot in gesprek met NU.nl.

"We gingen er vanuit dat we tot in de eeuwigheid met zijn drieën het land onveilig zouden maken. Dat liep dus anders."

Chauffeur

"Tijdens onze eerste shows zaten we op een avond ergens met zijn drieën en vroegen we ons af wie er als eerste dood zou gaan. Martin was genezen verklaard (Bril kreeg darmkanker in 2001, red.), maar we wisten dat hij als eerste zou gaan. Martin leefde daarnaar", zegt Giphart.

"Hij reed eens met een slokje teveel op zijn auto in de berm. Toen hebben wij gezegd: 'Martin, óf je stopt met drinken óf je neemt een chauffeur. Anders gaan we niet verder met de show. Want wij willen niet op ons geweten hebben dat je de gracht in rijdt.' Toen heeft hij een chauffeur genomen Dat was een voorzorgsmaatregel van ons."

Chabot en Giphart delen niet alleen hun passies voor rock-n' roll en Amerikaanse schrijvers met Bril, maar worden ook door hem gevormd.

"Hij heeft duidelijk gemaakt dat ik mezelf niet mijn leven lang kan verschuilen achter mijn Herman Brood-biografie of mijn verzamelde gedichten", aldus Chabot. "Martin zei daarover nogal abrupt: 'Die leest niemand, die gedichten. Dus per saldo heb je geen flikker bereikt", voegt de Hagenaar daar lachend aan toe. "'Je moet proza schrijven, daar kun je je niet achter verschuilen. 'Dat heeft een beslissende wending in mijn loopbaan veroorzaakt."

Nieuwsgierig

Bril leerde Giphart vooral om "opener naar de wereld te kijken".

"Hij was ongelofelijk nieuwsgierig. Tijdens een rondleiding in een theater opende hij gewoon een deur, om te kijken wat er achter zat. 'Ik ben columnist, ik heb het recht om nieuwsgierig te zijn', zei hij dan. In een restaurant vertelde ik hem een keer verhaal. Opeens vroeg ik: 'Luister je wel?' Maar hij zei: 'Ssstt…' Zat hij gewoon het gesprek van een stel, dat achter hem zat, af te luisteren."

"Ik ben een romanschrijver. Dat zijn bangige mensen, die zichzelf het liefst opsluiten. Dankzij Martin heb ik geleerd opener naar de wereld te kijken. Dat je best mag deelnemen aan de wereld om er over te schrijven. Vijf jaar na dato weergalmt nog steeds dat adagium, zijn levenswijze."

Het recent verschenen biografische boek De Schelmenjaren van Martin Bril, geschreven door Astrid Theunissen, gaat in op een opvatting die Bril in de laatste fase van zijn leven herhaaldelijk uitspreekt. "Ik heb alles verkankerd." Bril doelt daarmee op zijn gestrande huwelijk en het contact met zijn dochter, maar ook op het uitblijven van zijn 'grote roman'. Het falen als schrijver.

"Dat is de gezonde zelfkritiek van een schrijver", vindt Chabot. "Op het moment dat je zegt; 'Nou, ik heb het wel goed gedaan.' Dan ben je weg, dan is het over. Twijfel en zelfkritiek vormen de motor van de vooruitgang. Martin zei aan het einde van zijn leven dat hij het schrijverschap had verkloot, daar doet hij zichzelf ernstig mee tekort."

"Hij heeft dat niet verkloot, hij was in essentie een briljante columnist. Een van de allerbeste die we hebben gehad. Absoluut topniveau. Ik heb een aantal keren tegen hem gezegd: 'Houd op met dat zelfverwijt en die zelfkwelling. Martin, jij hebt die grote roman geschreven, alleen in duizend en één stukken.'"

Waaigat

"Hij vond zichzelf misschien niet geslaagd in de zin dat zijn oeuvre nog niet af was", licht Giphart toe.

"Hij wilde in iedere windstreek en in ieder waaigat geweest zijn. Hij wilde zoveel mogelijk bijzondere plekken. Hij wilde naar normale plekken, vergeten plekken, idiote plekken en daar columns over schrijven. En dat heeft hij niet af kunnen maken."

"Als columnist heeft hij het echter het hoogste bereikt wat je kunt bereiken en dat heeft hij gelukkig bewust meegemaakt."

Als Bril ziek wordt, neemt Giphart zijn column in De Volkskrant over. "Ik heb vijf columns per week moeten schrijven, toen pas ervoer ik echt wat het was om Martin Bril te zijn. Wat een stress. Mijn hele leven stond een half jaar lang in het teken van die fucking column."

"Martin schreef ze in een uur, ik had er minstens drie voor nodig. Daar kwam de tijd nog bij die ik nodig had voor het bedenken van een onderwerp. Als ik een auto zag met vieze banden vroeg ik mezelf direct af of er een column in zat. Martins leven was die column. Hij leefde niet om columns te schrijven, maar hij schreef columns om te kunnen leven."

Pootje gelicht

Chabot: "Martin heeft Nederland in zijn columns getypeerd op een manier die behoorlijk dicht in de buurt van het tijdloze komt."

"Dat kussende stelletje op dat bankje op een stationsplein bijvoorbeeld, is van alle tijden. Daarmee heeft hij zichzelf losgezongen van de tijdelijkheid en zich als schrijver het eeuwige leven in geholpen. Zijn tijdloze, universele stukken overleven hem, daarmee heeft hij de dood pootje gelicht."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend