Rechtse Europese partijen zoals de PVV doen het goed in de peilingen voor de komende Europese verkiezingen. Maar de komende vijf jaar zullen niet meevallen voor het eventuele nieuwe rechtse blok in het Europees Parlement (EP). Een isolement aan de rechterflank dreigt.

Tussen 22 en 25 mei wordt de nieuwe Europese volksvertegenwoordiging gekozen. Per lidstaat verschilt de precieze datum: Nederland gaat op 22 mei naar de stembus, België bijvoorbeeld op 25 mei.

De PVV kan volgens de laatste peilingen van deze week mogelijk een fractie vormen met gelijkgestemde rechtse partijen uit andere lidstaten. Dat is belangrijk, want zonder zo’n samenwerking is het lastig om iets voor elkaar te krijgen in het EP.

De zogenoemde niet-fractiegebonden leden lopen in het EP geld en spreektijd mis, en ook het indienen van amendementen is aan fracties voorbehouden. Geert Wilders en Marine Le Pen, leider van het Franse Front National, kondigden eind vorig jaar een samenwerking aan.

"Geert Wilders ziet ook wel in dat het vormen van een fractie nodig is", stelt de leider van de Europese GroenLinks-fractie, Bas Eickhout. "Vijf jaar geleden besloot de PVV om zich niet bij een fractie te voegen, en ze hebben eigenlijk niets voor elkaar gekregen." Het vormen van zo’n fractie is volgens hem dan ook een belangrijke stap voor Wilders en zijn bondgenoten: het stelt ze in staat om hun belangrijkste punten op de agenda te zetten.

Voor de vorming van een fractie zijn er partijen uit tenminste zeven verschillende lidstaten nodig. Le Pen en Wilders zijn daarom naar verluidt in gesprek met de Oostenrijkse partij FPÖ, het Belgische Vlaams Belang, het Italiaanse Liga Nord, het Slowaakse SNS en de Zweedse Sverigedemokraterna.

Mochten die gesprekken inderdaad succesvol verlopen, dan komt het aantal landen dat in de fractie vertegenwoordigd is neer op het verplichte minimum van zeven. In de peilingen staat die combinatie op 38 zetels; een stuk meer dan het verplichte minimum van 25 zetels.

Samenwerken

De eventuele nieuwe politieke fractie maakt daarom dingen mogelijk, maar niet per se makkelijk, stelt Rinus van Schendelen, hoogleraar politicologie aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. "Ze zullen het kunstje moeten herhalen van de Groenen en de Liberalen: De twee grote partijen uit elkaar spelen en op die manier af en toe een amendement erdoor proberen krijgen."

Het Europees Parlement heeft na de komende verkiezingen 751 zetels. Het Parlement wordt traditioneel gedomineerd door twee grote partijen in het midden: de Fractie van de Europese Volkspartij (EVP), waar het CDA toe behoort, is de grootste met 265 zetels.

Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D), waarbij de PvdA is aangesloten, heeft er 184. Partijen binnen een fractie stemmen weliswaar niet altijd hetzelfde, en er bestaan ook geen vaste coalities in het EP zoals in de nationale politiek, maar de twee middenfracties vormen vaak een meerderheid, ook wel bekend als de 'grand coaltion'.

"Door te focussen op een klein aantal thema’s die voor ons belangrijk zijn, hebben wij de afgelopen jaren media-aandacht kunnen creëren", zegt Eickhout, die met Groenlinks is aangesloten bij de relatief kleine groene fractie EGP-EVA. "Daarmee krijg je zichtbaarheid, waardoor je het speelveld kunt beïnvloeden. Dan kunnen de grotere partijen ook niet meer om je heen."

Geïsoleerd

Doru Frantescu, beleidsdirecteur van de organisatie Votewatch Europe, die het stemgedrag in het EP sinds juli 2009 vergelijkt, ziet daar een probleem. "De Liberalen en de Groenen zitten in het midden van het politieke spectrum, en vinden het daarom veel makkelijker om bondgenoten te vinden: soms met de socialisten, soms met de conservatieven, afhankelijk van de onderwerpen. De partijen aan de rechterflank zijn vooral bondgenoten met zichzelf." 

Bovendien denkt Frantescu dat de twee middenfracties met een sterkere rechterflank nog meer naar elkaar toe trekken, waardoor het nog lastiger wordt voor de kleinere fracties.

Het beïnvloeden van de politiek via media is daarnaast niet zo makkelijk als in de nationale politiek, vindt Groenlinks-fractieleider Eickhout. "Het speelveld is veel groter, het krijgen van zichtbaarheid is lastiger. Je kunt wel schreeuwen, maar uiteindelijk maar je daar geen vrienden mee. Je moet ook persoonlijk gewaardeerd worden en samen kunnen werken."

Ook van de al bestaande euroskeptische fractie Europa van Vrijheid en Democratie (EVD), waar bijvoorbeeld de Britse United Kingdom Independence Party (Ukip) van Nigel Farage bij is aangesloten, moeten Wilders en Le Pen niet te veel verwachten, denkt Eickhout. "De Britten zijn euroskeptisch, maar hebben niet dezelfde immigratie-standpunten als Wilders. Waarschijnlijk willen zij juist ver van hem weg blijven, waardoor er versnippering op rechts ontstaat."

Bij elkaar blijven

Rechts heeft daar bovenop geen goede reputatie op het gebied van samenwerking. Het is al eerder geprobeerd in Europa: in 2007 richtten een aantal nationalistische partijen, waaronder Vlaams Belang, de fractie Identiteit, Traditie en Soevereiniteit op, dat het negen maanden uithield. De ophef rondom de PVV de afgelopen maanden heeft ook zijn vraagtekens opgeroepen, denkt Van Schendelen.

"Ze hebben intern te veel verschillen", denkt hoogleraar Van Schendelen. "Le Pen denkt totaal anders over het Midden-Oosten dan dat Wilders doet. Dat soort dingen zullen op een bepaald moment naar boven komen."

Bij elkaar blijven is dan ook de grootste uitdaging voor deze partijen, denkt Doru Frantescu van Votewatch Europe. "Als ze inderdaad een fractie kunnen vormen, zullen ze de eerste tweeënhalf jaar de nodige ervaring moeten opdoen. Als dat lukt, kunnen ze er daarna waarschijnlijk wel een aantal punten door krijgen."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend