De dagen van Bashar al-Assad leken geteld toen de Arabische Lente in maart 2011 Syrië bereikte. Het liep anders. 

Drie jaar later zit Assad nog stevig in het zadel. Terwijl de bloedige burgeroorlog voortwoedt, lijkt de kans steeds kleiner dat de rebellen de macht kunnen overnemen. Gaat Assad dan toch winnen?

De Syrische president durft nog net niet victorie te kraaien, maar het is duidelijk dat hij zeker is van zijn zaak. Tegen de Russische ex-premier Dergej Stepasjin zei hij onlangs nog dat de oorlog voor het einde van dit jaar in zijn voordeel zal zijn beslist. Het enige dat volgens hem dan nog rest, zijn ''campagnes tegen terroristen".

Ook zijn belangrijke bondgenoot Hezbollah denkt dat de overwinning slechts een kwestie van tijd is. De leider van de Libanese groepering, Hassan Nasrallah, zei afgelopen week in een interview dat er "geen gevaar meer is dat Syrië uiteen zal vallen".

Uit de mond van Assad en Nasrallah zijn dit soort claims niet verrassend. Maar ook in westerse landen begint de overtuiging te groeien dat Assad niet hetzelfde lot ten deel zal vallen als Ben Ali (Tunesië), Kaddafi (Libië), Mubarak (Egypte) en Saleh (Jemen), die allen werden afgezet of noodgedwongen opstapten na volksopstanden.

Zo erkende de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry onlangs dat Assad zijn positie ''een beetje heeft verbeterd". ''Ik zou zeggen dat hij niet aan het winnen is, maar ook niet aan het verliezen", zei hij tegen CNN.

Militair

"In militair opzicht heeft het regime het bijzonder goed gedaan", zegt Syrië-kenner Reinoud Leenders, verbonden aan King's College in Londen in een gesprek met NU.nl. "Het leger heeft het grensgebied met Libanon en belangrijke wegen, zoals die van Damascus naar Homs, onder controle. De rebellen daar zijn afgesneden van hun aanvoerlijnen. Ze hebben vooral nog delen van het noorden en oosten in handen."

"Tel alle trends sinds de herfst van 2013 bij elkaar op en Assad heeft de overhand", schat ook Yezid Sayigh van het Carnegie Middle East Center de situatie in. "Maar het regime is ver verwijderd van een totale militaire overwinning en zal die misschien wel nooit behalen", schrijft hij deze week in een analyse.

Leenders deelt die conclusie en voegt eraan toe dat het zelfs zeer de vraag is of het regime er wel op uit is de rebellen helemaal te verslaan. Het kamp van Assad, waarin ook allerlei milities meevechten, wordt bij elkaar gehouden door de gemeenschappelijke vijand. "Als die perceptie van dreiging wegvalt, gaan interne tegenstellingen spelen. Groepen gaan dan dingen voor zichzelf opeisen. Dat kan een serieus probleem worden voor het regime."

Slim gespeeld

Niet alleen in militair opzicht heeft Assad het slim gespeeld, zegt Leenders. De Syrische president beweerde vanaf het begin van de opstand al dat die door jihadisten en terroristen werd gevoerd. Wat aanvankelijk een twijfelachtige bewering was, werd door toedoen van Assad zelf steeds meer waarheid.

Het leger moest vooral afrekenen met meer gematigde rebellen, maar de meest extreme groeperingen konden hun gang gaan. "Hij heeft al-Nusra en ISIL bewust ontzien", constateert de Midden-Oostendeskundige.

Juist die twee groepen, die zich beide verbonden voelen met terreurorganisatie al-Qaeda, raakten vervolgens onderling slaags, met duizenden doden tot gevolg. Zelfs al-Qaedaleider Ayman al-Zawahiri zag zich genoodzaakt tot een oproep aan de extremistische groepen om de strijdbijl te begraven. Vooralsnog is dat niet gebeurd.

Lachende derde

Het Syrische regime is de lachende derde. "Syriërs die tussen de kampen in zitten, gaan in zee met het regime", zegt Leenders. Bovendien maken buurlanden en het Westen zich steeds meer zorgen over de jihadisten, zeker aangezien die na terugkomst voor problemen zouden kunnen zorgen.

Ook wie wapens aan rebellen levert, loopt het risico dat die in de handen van extremisten van ISIL en al-Nusra terechtkomen. De Verenigde Staten (VS) steunen gematigde groepen daarom vooral met 'niet-dodelijke hulp', zoals communicatieapparatuur, medicijnen en voedsel. Daarmee wordt een oorlog niet gewonnen. Ook Saudi-Arabië, dat volgens waarnemers waarschijnlijk wapens levert aan rebellen, stelt zich terughoudender op.

Even zag het er vorig jaar naar uit dat de VS met kruisraketten en luchtaanvallen zouden toeslaan in Syrië, nadat honderden burgers waren gedood door gifgasaanvallen. Het Amerikaanse Congres zat daar echter helemaal niet op te wachten. Na bemiddeling door Rusland besloot Assad vervolgens snel eieren voor zijn geld te kiezen en zijn chemische wapentuig in te leveren. De aanvalsplannen gingen in een diepe la.

Internationale gemeenschap

De internationale gemeenschap veroordeelt regelmatig de mensenrechtenschendingen in Syrië, maar daar kan Assad volgens Leenders wel mee leven.

"Het lijkt soms alsof het Syrische regime geïsoleerder is dan Zuid-Afrika tijdens de Apartheid, maar je kunt je afvragen of het wel zo extreem is. Achter de coulissen wordt steeds meer samengewerkt." Dat valt te verklaren door gemeenschappelijke belangen: het opruimen van de chemische wapens en het tegengaan van de dreiging van terroristische groeperingen.

Het Syrische leger lijkt de belangrijkste strategische plaatsen onder controle te hebben. Af en toe herovert het weer een plaats op de rebellen, zoals onlangs Yabroud ten noorden van Damascus.

Zo lijkt het erop dat Assads troepen in slakkentempo de burgeroorlog naar hun hand zetten, terwijl binnen het rebellenkamp verdeeldheid heerst en andere landen steeds meer terugdeinzen voor hulp aan de rebellen. Het Syrische regime kan tegelijkertijd wel rekenen op buitenlandse steun, namelijk van Iran en Rusland.

Levens

Intussen heeft de bloedige strijd volgens de meest voorzichtige schatting 100.000 mensen het leven gekost, volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten zelfs 140.000. De Verenigde Naties (VN) zijn inmiddels gestopt met tellen.

Miljoenen Syriërs zijn ontheemd. Niemand heeft de Syrische burgeroorlog nog gewonnen, maar de onbetwiste verliezer is de bevolking.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend