De Rus Joeri Gagarin was precies 53 jaar geleden de eerste mens in de ruimte. Sinds dit historische moment is er veel gebeurd buiten de dampkring. De internationale ruimtevaart staat in 2014 echter voor een paar problemen.

Een van die problemen is geldgebrek. Iets dat direct is terug te zien bij het grootste agentschap: de Amerikaanse NASA.

Jarenlang stuurde het paradepaardje van de Amerikaanse wetenschap personen de ruimte in. Ook werd meermaals de maan bezocht. In het huidige decennium liggen de verhoudingen anders.

"Ik denk dat de NASA aan gezag en reputatie heeft ingeboet. Dat heeft het aan zichzelf en aan de overheid in de VS te danken", zegt ruimtevaartjournalist en auteur Piet Smolders. "Sinds de Amerikanen in 2011 gestopt zijn met de Space Shuttle, zijn ze volledig afhankelijk van de Russische Sojoez-capsule om personen van en naar het International Space Station ISS te vervoeren."

Volgens Joost Carpay, werkzaam voor de ruimtevaartorgansiatie van de Nederlandse overheid NSO (Netherlands Space Office)​, zitten de Amerikanen in een overbruggingsfase. "Momenteel wordt gewerkt aan de Orion-capsule, waarmee ze zelf weer astronauten naar het ISS kunnen brengen."

"Dat is een kostenbesparende keuze geweest", stelt Carpay. "De Space Shuttle was lastig opnieuw te gebruiken en kwetsbaar. Een capsule, zoals nu ook gebruikt wordt door de Russen, blijkt een beter model. Waarschijnlijk zal de Orion in 2017 voor het eerst bemand vliegen."

Commercie

Smolders voorziet in Amerika meer toekomst voor commerciële ruimtevaartondernemingen. Een voorbeeld is SpaceX, dat het ISS momenteel al middels de Dragon-module bevoorraadt. "In 2015 zou al een bemande versie beschikbaar komen. Dat is echter met twee jaar uitgesteld, opnieuw om budgettaire redenen. Maar de Amerikanen willen bedrijven de 'normale' transporttaken uit laten voeren. Iets dat in de luchtvaart natuurlijk heel gebruikelijk is."

De huidige afhankelijkheid van Rusland zit de Amerikanen dwars, ook gezien de toenemende spanning tussen beide grootmachten. Het conflict rondom Oekraïne moet echter nog veel verder oplopen, wil er ook maar getwijfeld worden aan de samenwerking in de ruimte, zo oordeelt Carpay.

"NASA en het Russische Roskosmos werken op werkniveau goed samen, maar er zijn op politiek niveau veel spanningen”, zegt Carpay. "Voor eventuele onrust in het ISS hoef je niet te vrezen. Astronauten kunnen heel professioneel samenwerken en weten dat ze van elkaar afhankelijk zijn."

"Mocht de samenwerking uiteindelijk toch spaak lopen, dan zou dat een crisis zijn die zijn weerga niet kent, en bovendien het einde kunnen betekenen van het ISS."

Symboolpolitiek

Een week geleden bracht de NASA naar buiten niet meer samen te willen werken met de Russen, met uitzondering van het ISS-programma. "Maar in dat bericht noemen ze geen concreet programma waarop ze niet meer gaan samenwerken", valt Smolders op.

"Ik kan zelf ook geen programma bedenken dat gestopt kan worden. Volgens mij zijn die er helemaal niet. Het is symboolpolitiek. En het ISS is zo'n veelomvattend project, dat gaat heus wel door."

Ruimteafval

Naast geldgebrek heeft de ruimtevaartsector een ander groeiend probleem: ruimteafval. Brokstukken en oude satellieten draaien op hoge snelheid om de aarde en beschadigen daarbij regelmatig operationele satellieten.

"Ook het ISS moet regelmatig een ontwijkende manoeuvre maken. Dat is voor zo'n enorme kolos best een onderneming", zegt Smolders.

"Er wordt bij nieuwe lanceringen wel gezorgd dat er minder brokstukken vrijkomen, maar het blijft een probleem waar niemand echt een oplossing voor heeft. Er komt meer bij dan er verbrandt in de dampkring. Dit zou internationaal moeten worden aangepakt, maar dat blijkt eens te meer erg lastig."

Inhaalslag

De grote spelers zijn vooral met zichzelf bezig. Dat is het best zichtbaar in de opkomst van het Chinese ruimtevaartprogramma; een nieuwe macht in de internationale ruimtevaart.

"Mensen denken misschien dat China jaren achter ligt, maar ze zijn met een flinke inhaalslag bezig", zegt Carpay. "Ze werken internationaal veel samen, voornamelijk met de Russen. Maar verder willen ze onafhankelijk zijn. Prestige speelt een belangrijke rol in het Chinese programma."

"Ze zijn in versneld tempo bezig met wat de Amerikanen en Russen lang geleden al hebben gedaan", voegt Smolders toe. "Dat betekent dat ze het wiel opnieuw moeten uitvinden, maar het is heel goed dat ze dat doen. Ook India en Japan hebben ambitieuze programma's en zijn duidelijk landen in opkomst."

Prioriteiten

Bij het Europese ruimtevaartagenstschap ESA heerst intussen rust en stabiliteit. "We zijn wereldwijd een van de belangrijkste agentschappen", stelt Capay. "Bij het grote publiek is minder bekend wat ESA allemaal doet. NASA is natuurlijk bekend van de Apollo-missies, de reizen naar de maan. Toch hadden we bij de missies van André Kuipers naar het ISS ook niet te klagen over aandacht."

De kans dat ESA op korte termijn zelf astronauten de ruimte in gaat brengen is klein. “Als we dat zouden willen, zou Europa dat kunnen. Maar ESA richt zich momenteel op andere, voornamelijk wetenschappelijke prioriteiten dan zelf mensen lanceren.”

Politiek

Ook volgens Smolders is de Europese ruimtevaart 'business as usual', beperkt door het vastgestelde budget van 4 miljard euro.

"Een nadeel voor de ESA is dat er niet één grootmacht achter het programma zit. Het is politiek lastig om iedereen op een lijn te krijgen. Er is een verschil van opvatting tussen de grotere naties in Europa, zoals Duitsland, Frankrijk en Italië, en de wat kleinere. En iedereen wil tegenwoordig zuinig zijn."

Aansprekende projecten worden de komende jaren vooral van de 'nieuwe machten' verwacht. "China werkt aan een bemand ruimtestation en wil naar de maan", zegt Smolders. Terwijl Rusland behoorlijk stilstaat, vindt Carpay. "Ze zijn duidelijk zoekende naar nieuwe aansprekende uitdagingen."

Toch is de NASA in letterlijke zin het verste, met de ruimtesonde Voyager 1 die in 2012 het zonnestelsel verliet en onderweg is naar het grote onbekende.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend