Een vlam bij het herdenkingscentrum in de Rwandese hoofdstad Kigali herinnert vanaf maandag aan de gruwelijke volkerenmoord die zich vanaf die dag in 1994, precies 20 jaar geleden, voltrok. 

Het vuur zal honderd dagen branden, ongeveer de tijd die radicale Hutu’s 20 jaar geleden nodig hadden om honderdduizenden Tutsi’s en gematigde Hutu’s af te slachten.

''Het leven is gekleurd door de genocide. Elke volwassene heeft wel een familielid verloren in 1994", vertelt Christina de Vries van hulporganisatie Cordaid. Ze komt regelmatig in het land. De Vries kent Rwandezen die er niet in slagen hun trauma’s te verwerken, maar ook mensen die enorm vastberaden zijn het land weer op te bouwen. Ze vergelijkt hen met paralympische sporters: ''Ze zijn geamputeerd, maar willen een topprestatie leveren."

Zo leerde ze een vrouw kennen die het hotel van haar vermoorde broer overnam. ''Ze huilt nog iedere dag om hem. Maar in datzelfde hotel staat een biljarttafel waar Hutu's en Tutsi's nu bij elkaar komen. Dat geeft haar het gevoel: zo kan het dus ook." Hoe uiteenlopend mensen ook met hun verdriet omgaan, het heersende motto is: dit nooit meer.

''Verzoening is een groot woord, maar de sfeer is absoluut veranderd", zegt Netlyn Bernard, die sinds 2011 het Rwandese kantoor runt van ICCO, een andere hulporganisatie. ''Maar het is als buitenstaander moeilijk om te weten wat mensen echt denken.’’  De Haïtiaanse verbleef tussen 2006 en 2008 ook al in het land. De sfeer was toen meer gespannen, vooral doordat er duizenden rechtszaken tegen vermeende daders van de genocide liepen.

Geweldsuitbarsting

De volkerenmoord was in zekere zin een escalatie van oude tegenstellingen, die in de koloniale periode verder waren versterkt. De Duitsers en na de Eerste Wereldoorlog de Belgen zagen de veehoudende Tutsi’s als superieur aan de akkerbouwende Hutu’s. Decennia later, in 1994, kwam het tot een ongekende geweldsuitbarsting en werden de Tutsi’s massaal vermoord.

Ook Hutu’s die weigerden hun buren te lynchen vielen ten prooi aan de vuurwapens, messen, knuppels en machetes van de aanvallers. In totaal vielen 800.000 doden, schatten de Verenigde Naties. Volgens de Rwandese regering ligt het dodental zelfs hoger dan een miljoen. De internationale gemeenschap keek besluitloos toe terwijl de genocide zich in recordtempo voltrok.

Het moorden begon kort nadat het vliegtuig van toenmalig president Juvénal Habyarimana - een Hutu - uit de lucht was geschoten. De aanslag is nooit helemaal opgehelderd. Hutu-leiders wezen direct naar Paul Kagame, de huidige president van het land maar destijds de leider van een Tutsi-leger. Een Frans onderzoek kwam later tot dezelfde conclusie, maar de theorie dat radicale Hutu’s de moord zelf beraamden om de massamoord te ontketenen krijgt ook nog steeds bijval.

Vast staat dat de moord op de president het startschot was voor gewapende Hutu’s om de aanval in te zetten op de ''Tutsikakkerlakken", zoals ze in felle propaganda werden genoemd. Het moorden hield pas op toen Kagame met zijn leger de hoofdstad innam. Kagame werd de nieuwe sterke man, eerst op de achtergrond en sinds het jaar 2000 als president.

Rechtszaken 

Twintig jaar later worden nog altijd daders berecht, zowel in Rwanda als daarbuiten. Onder meer in Duitsland, Zweden, Canada en Nederland kwam het tot veroordelingen. Zo zit Rwandees Joseph M. een levenslange straf uit in een Nederlandse cel.

In Tanzania werd een speciaal tribunaal opgezet, dat inmiddels zo’n vijftig mensen heeft veroordeeld. Om de enorme stroom aan rechtszaken af te handelen werden speciale lokale rechtbanken in het leven geroepen. Daar ging het rommelig aan toe. Processen verliepen volgens Human Rights Watch dikwijls verre van eerlijk. Tienduizenden mensen werden veroordeeld, maar de afgelopen jaren werden ook velen weer vrijgelaten.

Hoewel het verleden geen gesloten boek is, bouwt Rwanda aan de toekomst. De economie groeit al een decennium met gemiddeld 8 procent per jaar, blijkt uit cijfers van de Wereldbank. Er stroomt meer buitenlands kapitaal binnen, westerse bedrijven durven zaken te doen in het land. Biergigant Heineken heeft er bijvoorbeeld een vestiging.

Volgens de Wereldbank heeft het land een indrukwekkende vooruitgang in de ontwikkeling geboekt, maar is er nog lang niet. In de Human Development Index van de VN bungelt Rwanda op plaats 167. Bijna  45 procent van de 11,5 miljoen Rwandezen leeft onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag.

Ondanks de groei is de afhankelijkheid van buitenlandse hulp nog levensgroot: 40 procent van het overheidsbudget komt van donoren. Mede uit schuldgevoel over de passieve reactie op de genocide investeerde de internationale gemeenschap miljarden in het land.

Gestook

De afgelopen jaren heeft de regering-Kagame het echter herhaaldelijk verbruid bij de geldschieters, vooral door gestook in buurland Congo. Nadat de VN had geconstateerd dat de Rwandese regering de beruchte rebellengroep M23 steunt, besloot onder meer Nederland de geldkraan gedeeltelijk dicht te draaien. Dat besluit werd dit jaar teruggedraaid, maar de kritiek is daarmee niet verstomd.

Het gebrek aan vrijheden levert het land meer minpunten op. Kagame en zijn regering dulden weinig tegenspraak en vervolgen politieke rivalen.

Twee decennia na het ongekende geweld is Rwanda redelijk stabiel en vreedzaam. Economisch en sociaal is het meer en meer een 'gewoon ontwikkelingsland' geworden. Vanwege de groei en de relatieve rust staat het land te boek als een succesverhaal. Maar Rwanda komt van ver en heeft nog een lange weg te gaan om die beschrijving echt te verdienen.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend