Het Openbaar Ministerie eist bij het gerechtshof in Den Haag dat een dertigjarige man uit Vlissingen en een 27-jarige man uit Veendam alsnog worden vervolgd voor computercriminaliteit die gepleegd zou zijn via hun hostingbedrijf.

Vorig jaar februari gingen de mannen nog vrijuit bij de Rotterdamse rechtbank, die vond dat het OM fouten had gemaakt. De rechtbank verklaarde het OM destijds niet-ontvankelijk. De officier van justitie had op de zitting tegen de verdachten uit Vlissingen en Veendam 15 maanden cel geëist. Hun bedrijf zou criminelen geholpen hebben om een zogenaamd botnet te creëren, een netwerk van geïnfecteerde computers. Met dat netwerk werd malware verspreid, aldus het OM.

De rechtbank in Rotterdam oordeelde dat het Openbaar Ministerie de verdenkingen tegen beide mannen en hun bedrijf niet duidelijk op de dagvaardingen had vermeld, terwijl dat wel had gemoeten. Daarom gingen de verdachten vrijuit. Het Openbaar Ministerie liet het er echter niet bij zitten, en spande hoger beroep aan.

Tijdens een zitting bij het Haagse gerechtshof eiste de aanklaagster van het OM vandaag dat de zaak heropend wordt. Volgens haar hebben beide verdachten zich met hun hostingbedrijf niet gedragen als een neutrale tussenpersoon, maar zijn ze cybercriminelen behulpzaam geweest. "Ze hebben bewust toegestaan dat er gehackt kon worden."

Volgens de advocaat van beide mannen is er geen sprake van medeplichtigheid aan cybercriminaliteit. "Mijn cliënten hebben uitsluitend een facilitaire rol gespeeld, niets meer en minder." De dertigjarige verdachte uit Vlissingen vertelde dat hij in zijn privéleven veel last heeft van de strafzaak. "Het is een ondraaglijke last."