Bulk Terminal Zeeland (BTZ) heeft het kort geding voor de rechtbank in Middelburg rond de opslag van thermisch gereinigde grond (TGG) in Vlissingen-Oost verloren.

De Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) eiste deze zomer dat BTZ 55.000 ton van deze grond verplaatst omdat het niet op de voorgeschreven plek ligt.

BTZ heeft vergunning om thermisch gereinigde grond op te slaan op het havenkadeterrein. In mei zag de RUD deze grond op een ander perceel liggen. De RUD eiste van BTZ dat deze grond van dit perceel verplaatst zou worden naar een terrein waarop dat wel is toegestaan. Dat zou binnen vier weken moeten gebeuren. Elke week uitstel moet BTZ een dwangsom van 50.000 euro betalen met een maximum van 250.000 euro.

BTZ vocht in kort geding het besluit van de RUD aan. BTZ bracht tijdens de zitting naar voren dat de opslag aan de eisen van onder meer een vloeistof dichte laag voldoet en daardoor met een vergunning gelegaliseerd kan worden. Hier is volgens de rechter op korte termijn geen zicht op.

Verder stelde BTZ dat de tijd die het bedrijf kreeg om de grond te verplaatsen te kort is. Het havenkadeterrein wordt nu gebruikt voor de opslag van goederen van derden. De rechter wees ook dit argument van de hand. "Niet is gebleken dat verzoekster (BTZ, red.) pogingen heeft ondernomen om de goederen die nu op het havenkadeterrein opgeslagen zijn, elders op te slaan, zodat de partij TGG vervolgens op het havenkadeterrein kon worden opgeslagen."

De rechter concludeert dat het erop lijkt dat 'bedrijfseconomische motieven' een rol spelen om de grond niet te verplaatsen.