Het had maar een paar druppels gescheeld of Nederland had afgelopen zomer bovenop de coronacrisis ook een officiële droogtecrisis gehad. Dat zei minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid), eindverantwoordelijke voor het crisismanagement, donderdag in Colijnsplaat tijdens een werkbezoek aan Zeeland.

De minister was uitgenodigd om over het thema ondermijning te praten. Ondermijning op het platteland en ondermijning door drugssmokkel in de zeehavens.

Op proefboerderij Rusthoeve in Colijnsplaat kwam zo ook het tekort aan zoet water aan de orde. Inkomens van agrariërs komen daardoor onder druk te staan. Een boer in geldnood is een aantrekkelijke partij voor criminelen die hun schuren en loodsen willen gebruiken voor het kweken van wiet, fabricage van synthetische drugs of opslag van contrabande.

De overheid kan helpen om, bijvoorbeeld met de aanleg van een zoetwaterpijpleiding, de droogte het hoofd te bieden. "Als investeringen kunnen voorkomen dat je over de rand van een crisis gaat, moet dat ons wat waard zijn", zei de minister. Zo verraste Grapperhaus de aanwezigen met een nieuw argument voor verbetering van de zoetwatervoorziening.

ZLTO-voorman Joris Baecke vertelde Grapperhaus dat de Zeeuwse agrarische sector er goed voor staat en dat boeren weerbaar zijn. Maar toch, één op de zes boeren is weleens benaderd door verdachte figuren en bijna één op de tien agrariërs voelde zich geïntimideerd. Het gaat niet alleen om drugs, ook om diefstal door bendes van peperdure gps-systemen van tractoren en andere landbouwmachines.