De ontmanteling van de Zeeuwse jeugdzorgorganisatie Intervence gaat niet door. De landelijke inspecties en de Jeugdautoriteit hebben de plannen afgeschoten, omdat de risico's te groot zijn. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) wil dat nu wordt onderzocht of Intervence kan worden overgenomen door Jeugdbescherming West.

De Zeeuwse gemeenten wilden het contract met Intervence opzeggen vanwege de aanhoudende financiële en organisatorische problemen bij de organisatie. De bedoeling was dat de zorg voor de betrokken kinderen en gezinnen zou worden overgenomen door de drie landelijke organisaties die in Zeeland actief zijn op het gebied van jeugdbescherming en -reclassering: Leger des Heils, Briedis en William Schrikker Stichting.

De afgelopen weken is er druk gewerkt aan een plan voor een zorgvuldige overdracht van het werk. Dat moest de goedkeuring krijgen van de inspecties van de betrokken ministeries en de Jeugdautoriteit. Die vinden dat het plan "onvoldoende concreet, realistisch en volledig is en te veel risico's bevat die niet of niet voldoende afgedekt zijn". Er is te weinig vertrouwen dat de zorg op een verantwoorde manier kan worden overgedragen.

Minister Dekker onderschrijft de mening van de inspecties en de Jeugdautoriteit. Met de Zeeuwse bestuurders heeft hij daarom afgesproken dat de ontmanteling van Intervence niet doorgaat. Er moet nu worden gewerkt aan het alternatieve scenario dat in het plan was opgenomen: overname door Jeugdbescherming West.

Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming.

Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming.
Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming.
Foto: ANP

Oordeel gevoelige nederlaag voor wethouders

Het oordeel van de inspecties betekent een gevoelige nederlaag voor de Zeeuwse wethouders, die de afgelopen tijd de afbouw van Intervence steeds hebben verdedigd. De gemeenteraden hebben inmiddels op hun aandringen 3,3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de ontmanteling van de organisatie en de overdracht van de zorg.

Nu worden de wethouders gedwongen toch opnieuw het scenario van overname te onderzoeken. Zij hebben daarbij om ondersteuning door de landsadvocaat gevraagd. Ook verwachten zij extra rijksgeld nodig te hebben om uiteindelijk overname mogelijk te maken.

De verwachting is dat het zeker zes tot acht weken duurt om de mogelijkheden van overname door Jeugdbescherming West te onderzoeken. Vervolgens moeten de inspecties en de Jeugdautoriteit opnieuw een oordeel vellen.