Zeeuwse bedrijven hebben in het afgelopen jaar in totaal zeker 232 miljoen euro aan noodsteun ontvangen vanwege de coronacrisis. Daarnaast vroegen zij voor 150 miljoen euro uitstel van belastingbetaling aan.

In totaal maakten 11.530 bedrijfsvestigingen - bijna een derde van alle ondernemingen in de provincie - gebruik van een of meer steunregelingen die de regering in het leven heeft geroepen. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag heeft gepubliceerd. Het gaat om een kwart van alle eenmanszaken en de helft van de bedrijven waar meerdere mensen werken.

De verschillen per gemeente zijn groot. Ondernemers in Borsele vroegen het minst vaak steun aan: 23 procent. Ook in Reimerswaal, Tholen en Kapelle waren dat er relatief weinig. In Vlissingen (38 procent) en Sluis (39 procent) deden bedrijven het meest een beroep op een of meerdere regelingen.

De horecasector klopte noodgedwongen het vaakst bij de overheid aan. In totaal 1.845 ondernemers, oftewel 77,4 procent van alle Zeeuwse horecavestigingen, kregen geld via een of meerdere coronaregelingen. Alleen in de provincie Limburg lag dat percentage afgelopen jaar nog hoger.

Meeste geld uitgekeerd door NOW-regeling

Verreweg het meeste geld werd uitgekeerd in het kader van de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Ondernemers konden een groot deel van hun loonkosten vergoed krijgen als ze meer dan 20 procent omzetverlies verwachtten.

In de eerste fase van de NOW ging er 124 miljoen euro naar Zeeland, in de tweede ronde 42 miljoen euro en in de derde 28 miljoen euro. Andere regelingen, zoals de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), zorgden voor bijna 40 miljoen euro aan steun voor Zeeuwse bedrijven. Verder kregen 4.350 ondernemers uitstel van belastingbetaling.