De provincie Zeeland maakt zich zorgen over de ontwikkelkansen van Vlissingen. In een brief aan het ministerie van Binnenlandse Zaken over het Artikel 12-traject vraagt gedeputeerde Jo-Annes de Bat of rekening kan worden gehouden met de slechte financiële situatie van de gemeente.

Vlissingen krijgt 85,6 miljoen euro van de overheid, maar moet zelf ook veel doen om de begroting te saneren. Zo is alle franje al geschrapt en moeten de belastingen flink worden verhoogd.

Het college van Gedeputeerde Staten reageert met haar brief op een brief van Vlissingen van vorig jaar. Daarin uitte de gemeente haar ongenoegen over de opdracht om de onroerende zaakbelasting tot 150 procent van het landelijk gemiddelde te verhogen. Vlissingen vindt 140 procent meer dan voldoende.

Het provinciebestuur noemt geen percentages, maar vindt wel dat Vlissingen ‘een forse bijdrage moet leveren’. “Hoewel ze ook fors geld krijgt”, erkent gedeputeerde De Bat. “Wij blijven zoveel mogelijk weg van de getallen en trekken het breder.”

De Bat kijkt uit naar Interbestuurlijk Programma

De Bat hoopt bijvoorbeeld dat de overheid denkt aan Vlissingen als het Interbestuurlijk Programma (IBP) vorm krijgt. Daarin komt te staan hoe Den Haag en alle lagere overheden grote uitdagingen, zoals de energietransitie, het tegengaan van eenzaamheid en het verminderen van mensen met problematische schulden, vorm geven.

“Vlissingen heeft geen geld om daaraan mee te doen. Wij vragen of bepaalde projecten in het kader van het IBP daarom in Vlissingen plaats kunnen vinden.”

Volgens de provincie kan Vlissingen als één van de grotere gemeenten dan ook een rol van betekenis blijven spelen in Zeeland. Mede in dat kader is de provincie een groot voorstander van samenwerking tussen de drie Walcherse gemeenten.