GRONINGEN - Tieners die zich afgewezen voelen door hun ouders beginnen op jongeren leeftijd met daten. Net als kinderen van gescheiden ouders gaan zij eerder op zoek naar een vriendje of vriendinnetje.

Dat stelt sociologe Katya Ivanova van de Rijksuniversititeit Groningen. Voor haar

promotieonderzoek

analyseerde Ivanova de gegevens van meer dan tweeduizend tieners uit het Nederlandse TRAILS-onderzoek en de Zweedse Solna-studie. Met vragenlijsten werd onder andere de relatie tussen de tieners en hun ouders en het dategedrag in kaart gebracht.

Compensatie
Tieners die zich vaker onvriendelijk behandeld of onterecht gestraft voelen door hun ouders gaan eerder daten dan tieners die een warme band hebben met hun ouders. Ivanova: "Een sluitende verklaring hebben we niet gevonden. Maar we denken dat deze tieners compensatie zoeken voor de warmte die ze thuis missen."

Scheiding
Bij het dategedrag van kinderen van gescheiden ouders speelt de leeftijd een belangrijke rol. Scheiden de ouders voor hun kind 11 jaar is, of wanneer het kind ouder is dan 13 jaar, dan is het effect klein. Juist in de periode tussen 11 en 13 jaar heeft een scheiding van de ouders de grootste impact.

"In deze fase zijn tieners enorm in ontwikkeling. Lichamelijke en geestelijk. Ook zijn ze minder goed in staat om alle verandering in hun leven te bolwerken. Ze zijn daardoor eerder geneigd om buitenshuis troost of bevestiging te zoeken, denken we", legt Ivanova uit.

Relaties
Nederlandse tieners uit eenoudergezinnen beginnen juist minder snel met daten dan tieners uit gezinnen met twee ouders. Dit is opmerkelijk, want Amerikaans onderzoek toonde juist het tegenovergestelde. Tot slot ontdekte Ivanova dat kinderen die een slechte band hebben met hun ouders, op latere leeftijd vaak ook niet gelukkig zijn in hun relatie.

"We denken vaak dat we als volwassenen zelfstandig besluiten nemen, bijvoorbeeld ten aanzien van relaties. Maar veel van onze keuzes worden sterk bepaald door wat we in onze jeugd hebben meegemaakt", besluit de onderzoeker. "Positieve ervaringen met leeftijdsgenoten kunnen het gebrek aan warmte gelukkig wel compenseren. Dat is een hoopgevende bevinding."