In het beroepsonderwijs moet meer ruimte komen voor ondernemerschap, zo stelt de Sociaal-Economische Raad (SER) vrijdag in een ontwerpadvies aan minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken.

Vakmensen vormen met een jaaromzet van 110 miljard euro "een onmisbare schakel" in de Nederlandse economie.

Om hun aantal op peil te houden is versterking van het onderwijs nodig, zegt de SER in het ontwerpadvies ‘Handmade in Holland: vakmanschap en ondernemerschap in de ambachtseconomie’. Dat werd geschreven door de 'Commissie Toekomst Ambachtseconomie', onder voorzitterschap van kroonlid Mirjam van Praag.

De raad wijst op het feit dat de ambachtseconomie veel kleinschalige bedrijven en een relatief groot aandeel zzp’ers kent. "Dit betekent dat ambachtelijk vakmanschap en ondernemerschap vaak in combinatie moeten worden uitgeoefend. Deze combinatie is in de praktijk veeleisend."

De raad vindt het daarom belangrijk dat de ontwikkeling en training van vaardigheden die nodig zijn voor het ondernemerschap "zo mogelijk al in het beroepsonderwijs worden aangeleerd".

Ondernemerspleinen

Om ondernemerschap verder te versterken kunnen de nieuwe Ondernemerspleinen ondersteuning en voorlichting geven aan ondernemers in de ambachtseconomie. De focus ligt daarbij wat de SER betreft vooral op starters. Het gaat om ondersteuning bij onderwerpen als internationaal zakendoen en bedrijfsopvolging en -overname.

Ondernemerschap betekent volgens de SER ook aandacht voor "kwalitatief goed werk en duurzame inzetbaarheid". De raad doelt daarmee op gezond en veilig werk en aandacht voor scholing. Dit geldt voor alle werkenden in de ambachtseconomie, zowel voor zzp’ers als voor werknemers.

"Dit aspect zou al benadrukt kunnen worden tijdens de leerwerkplekken waar leerlingen hun eerste werkervaringen opdoen. Goed werk en de mogelijkheid om hiermee een goed inkomen te verwerven maken het werken in een ambachtelijk beroep aantrekkelijk", aldus de SER.