WASHINGTON - De leiders van de twee grote Amerikaanse partijen bereikten zondag (lokale tijd) alsnog een principeakkoord over het schuldenplafond.

Het akkoord over de schuldencrisis in de Verenigde Staten voorziet in een verhoging van het huidige schuldenplafond van 14,3 biljoen dollar (circa 10 biljoen euro) met nog eens 2,1 biljoen dollar in twee stappen. Dat melden politieke bronnen in Washington.

Hierdoor zijn vóór 2013 geen nieuwe onderhandelingen over een verdere verhoging nodig. President Obama wilde in het verkiezingsjaar 2012 geen nieuw getouwtrek over schulden en bezuinigingen.

Stemmen

In een toespraak bevestigde president Barack Obama dat er een akkoord was bereikt. Hij drong er bij de voltallige Senaat en het Huis van Afgevaardigden op aan met het plan in te stemmen. De politieke leiders in Senaat en Huis zullen het akkoord maandag aan hun achterban voorleggen.

De Senaat stemt mogelijk al maandag over het akkoord, dat moet voorkomen dat de Amerikaanse overheid met ingang van woensdag niet meer aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen.

Bezuinigingen

Behalve in een verhoging van het schuldenplafond, de maximaal toegestane staatsschuld, voorziet het plan in 917 miljard aan bezuinigingen over de komende tien jaar. Er komt een speciale commissie die zich over de nadere invulling van het bezuinigingsplan gaat buigen.

De commissie moet het eens worden over extra bezuinigingen van nog eens tenminste 1,5 biljoen dollar, aldus John Boehner, de Republikeinse voorzitter van het Huis. Dat nieuwe plan moet tot uiterlijk 23 november zijn uitgewerkt.

Volgens Obama worden de bezuinigingen niet te snel ingevoerd om het herstel van de Amerikaanse economie niet te schaden.

Frankrijk

De Franse minister van Financiën, Francois Baroin, noemt het akkoord over de staatsschuld in de Verenigde Staten "een stap in de goede richting''.

In een radio-interview met France Inter drong hij er bij de voltallige Senaat en Huis van Afgevaardigden op aan om er mee in te stemmen.

Gezichtsverlies

Volgens de econoom Arnoud Boot van de Universiteit van Amsterdam is het akkoord ingegeven door partijpolitieke overwegingen. De problemen van de Verenigde Staten worden vooruitgeschoven, zei hij maandag.

Boot spreekt over een 'interim-akkoord' dat moest voorkomen dat beide partijen gezichtsverlies zouden leiden. Boot schrijft dat toe aan de verdeeldheid in de Amerikaanse politiek. Hij vreest dat de "polarisering'' in de Amerikaanse politiek zal aanhouden tot aan de verkiezingen en dat daardoor onvoldoende draagvlak wordt gevonden voor maatregelen die perspectief bieden.
 

Onverantwoordelijk

Ook Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie aan de Universiteit van Tilburg, is kritisch. "Een partijpolitieke vertoning die de echte problemen van de Verenigde Staten niet oplost’’, zo karakteriseerde hij het akkoord.

"Het leed is al geschied. De Amerikanen zijn voor de financiering van hun schuldenlast vooral aangewezen op China. De Chinese autoriteiten hebben de Amerikanen al beschuldigd van onverantwoordelijk gedrag. Hun vertrouwen is al beschaamd,’’ aldus Eijffinger.

De Amerikanen houden weliswaar de hoge zogeheten triple A-rating van de kredietbeoordelaars, maar ze zullen er niet aan ontkomen dat ze toch een hogere rente zullen moeten gaan betalen over hun staatsschuld.

Adempauze

Volgens Eijffinger is Obama erin geslaagd de politieke problemen over de verkiezingen heen te tillen. Er is een "adempauze’’ gecreëerd door 900 miljard dollar aan bezuinigingen overeen te komen en nog eens 1500 miljard aan de bezuinigingen te laten "opsporen’’ door een speciale commissie.

Intussen staat Obama onder druk om nog voor de verkiezingen in een kwakkelende economie de hoge werkloosheid aan te pakken. Dat heeft volgens Eijffinger tot gevolg dat president Ben Bernanke van de centrale bank in de Verenigde Staten wil blijven proberen om de geldmarktrente te drukken door de geldkraan open te houden. "Dat zal leiden tot verhoging van de inflatie en een stijging van de rente op de kapitaalmarkt. De dollar zal in waarde dalen.’’

Beurzen

De beurzen in Tokio en Sydney reageerden met stijgende aandelenkoersen op het nieuws uit Washington.