De Nederlandse clubs presteerden donderdag wisselvallig in de achtste finales van de Conference League, maar goed genoeg om de zesde positie op de coëfficiëntenlijst van volgend seizoen iets te verstevigen. Virtueel mogen in de toekomst twee Nederlandse clubs de groepsfase van de Champions League in.

Door de zege van Feyenoord bij FK Partizan (2-5) en het gelijkspel van PSV tegen FC Kopenhagen (4-4) veroverde Nederland 0,6 punten. Een overwinning is twee punten waard en een gelijkspel één punt, maar dat aantal moet gedeeld worden door het aantal clubs waarmee het land het Europese seizoen is begonnen (vijf).

Portugal, dat met zes clubs startte en nog met drie clubs vertegenwoordigd is, moest het deze week met 0,5 punt voor de coëfficiëntenlijst doen. Sporting CP boekte in de Champions League een verdienstelijk gelijkspel bij Manchester City (0-0) en SC Braga won in de achtste finales van de Europa League met 2-0 van AS Monaco.

Op de ranglijst van dit seizoen staat nummer zes Portugal nog ver voor Nederland, maar op de stand van volgend seizoen zijn de rollen omgedraaid. Dat komt doordat de coëfficiëntenlijst wordt opgemaakt op basis van de laatste vijf seizoenen. Dat betekent dat de punten uit het seizoen 2017/2018 straks wegvallen. Nederland verliest slechts 2,9 punten, terwijl Portugal maar liefst 9,666 punten inlevert.

De zesde positie op de coëfficiëntenlijst is van groot belang, want dat land krijgt twee tickets voor de groepsfase van de Champions League. Als Nederland de zesde plek volgend seizoen weet vast te houden, plaatsen de kampioen én de nummer twee van het seizoen 2023/2024 zich voor de groepsfase van het miljoenenbal.

Volgende week staan de returns in de achtste finales van de Conference League op het programma (met naast Feyenoord en PSV ook Vitesse en AZ) en komt ook Ajax weer in actie. De Amsterdammers spelen de return tegen Benfica voor een plek in de kwartfinales van de Champions League. De eerste ontmoeting in Lissabon eindigde in een 2-2-gelijkspel.

Coëfficiëntenlijst UEFA in 2023

  • 1. Engeland - 81,998
  • 2. Spanje - 72,999
  • 3. Duitsland - 62,499
  • 4. Italië - 57,569
  • 5. Frankrijk - 46,248
  • 6. Nederland - 43,400
  • 7. Portugal - 42,216
  • 8. Schotland - 31,300
  • 9. Oostenrijk - 28,700
  • 10. België - 28,000