Oud-voetballer Ray Kennedy is dinsdag op zeventigjarige leeftijd overleden. De Engelsman speelde een belangrijke rol bij de vele successen van Liverpool in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Kennedy (op de foto houdt hij de Europacup I-beker boven zijn hoofd) overleed aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson, waar hij al 35 jaar aan leed.

De zeventienvoudig Engels international (drie goals) begon zijn profcarrière in 1968 bij Arsenal, waarmee hij als aanvaller in 1971 de landstitel en de beker won.

Kennedy stapte in 1974 over naar Liverpool. Bij 'The Reds' werd hij door de legendarische manager Bob Paisley omgeschoold tot linkermiddenvelder en op die positie groeide hij tot een icoon van de club. De zoon van een mijnwerker kwam in 7,5 jaar op Anfield tot 393 wedstrijden en 72 goals.

Kennedy won met Liverpool drie keer de Europacup I (de voorloper van de Champions League) en stond in de basis bij de succesvolle finales in 1977, 1978 en 1981. Daarnaast veroverde hij één keer de UEFA Cup (de voorloper van de Europa League), één keer de Europese supercup, vijf keer de Engelse titel en één keer de League Cup.

"Wat mij betreft was Ray een van de beste spelers ooit van Liverpool en zeker een van de meest onderschatte", schreef Paisley in 1999 in zijn autobiografie.