Frank de Boer heeft maandagavond in het praatprogramma Rondo op Ziggo Sport voor het eerst uitgebreid gereflecteerd op het mislukte EK met Oranje. De voormalige bondscoach denkt vijf maanden na de uitschakeling in de achtste finale tegen Tsjechië dat de rode kaart van Matthijs de Ligt in die wedstrijd cruciaal was.

"Het is altijd lastig om de vinger op de zere plek te leggen, maar ik ben ervan overtuigd dat we zonder die rode kaart 100 procent zeker hadden gewonnen", aldus De Boer. "Het was zeker niet onze beste wedstrijd van het toernooi, maar ik had het gevoel dat wij aan de betere hand waren. In de tweede helft hadden we de controle."

De Ligt voorkwam aan het begin van de tweede helft na een struikelpartij met zijn arm dat Patrik Schick alleen op doelman Maarten Stekelenburg af kon lopen en kreeg na ingrijpen van de VAR een directe rode kaart. Met tien man had Oranje weinig te vertellen tegen Tsjechië, dat de ploeg van De Boer door treffers van Tomás Holes en Schick in rouw dompelde.

"We kregen in de tweede helft twee heel goede mogelijkheden om op 1-0 te komen, maar daarna kwam die rode kaart en was het gebeurd", blikte De Boer terug. "Dat is jammer. Of ik zonder die rode kaart nog bondscoach was geweest, hangt ervan af wat we in de kwartfinale hadden gedaan. Maar ik ben ervan overtuigd dat we met elf man hadden gewonnen."

Oranje was wel uitstekend aan het EK begonnen door de drie groepswedstrijden in de Johan Cruijff ArenA tegen Oekraïne, Oostenrijk en Noord-Macedonië te winnen, maar de KNVB had de halve finales als doelstelling gesteld. Twee dagen na het echec in Boedapest besloot De Boer op te stappen.

Matthijs de Ligt kreeg aan het begin van de tweede helft tegen Tsjechië een rode kaart.

Matthijs de Ligt kreeg aan het begin van de tweede helft tegen Tsjechië een rode kaart.
Matthijs de Ligt kreeg aan het begin van de tweede helft tegen Tsjechië een rode kaart.
Foto: Getty Images

'Tweede keeper zijn is niet iets voor Cillessen'

De voormalige trainer van Ajax, Internazionale, Crystal Palace en Atlanta United werd in Rondo ook geconfronteerd met andere keuzes die hij voor en tijdens het EK maakte. Zo besloot De Boer om zijn eerste doelman Jasper Cillessen, die vlak voor het toernooi besmet raakte met COVID-19, niet mee te nemen naar het EK.

"Jasper is heel veel geblesseerd geweest dit jaar en kwam net terug van een coronabesmetting. Daarnaast wist ik dat ik met Tim Krul en Maarten Stekelenburg twee goede keepers achter de hand had. Ik had Jasper twee of drie duels op bank kunnen laten zitten en daarna laten spelen. Maar dan had ik er misschien een keeper naast moeten zetten die het fantastisch doet", verklaarde de Boer.

"Dat heeft veel invloed op het proces in een groep en het proces met andere keepers. Op dat moment vond ik het verschil tussen Stekelenburg, Krul en Cillessen ook niet groot genoeg. Anders had ik het risico willen nemen. Ik dacht er ook aan wat er zou gebeuren als Jasper tweede keeper zou zijn. Kan iemand tweede keeper zijn of niet? Dat is niet zijn ding."

De Boer werd na zijn vertrek als bondscoach opgevolgd door Louis van Gaal. Onder zijn leiding ligt Oranje op koers om zich voor het WK van 2022 in Qatar te plaatsen. De trainerscarrière van De Boer heeft inmiddels een flinke deuk opgelopen, maar de 112-voudig international staat open voor een nieuwe uitdaging.

"Ik wacht rustig af. Op dit moment heb ik het naar mijn zin met de dingen die ik doe. Maar komt er iets langs wat me aanspreekt, dan ga ik daar zeker over nadenken. Het leukste is natuurlijk gewoon op het veld werken met de spelers", aldus De Boer.