De Nederlandse clubs in het betaalde voetbal hebben zich in de afgelopen transferperiode samen minder op de transfermarkt geroerd dan in de laatste jaren. De KNVB meldt woensdag dat deze zomer 609 transfers zijn geregistreerd, het kleinste aantal sinds 2016.

Vijf jaar geleden noteerde de KNVB 'slechts' 582 transfers in de zomerse transferwindow. In de jaren daarop kwam het totale aantal overschrijvingen altijd boven de 640 uit, met de 670 transfers in 2019 als toppunt. Vorig jaar waren het er 661.

Hoewel de KNVB van de rustigste transferperiode sinds 2016 spreekt, geldt dat niet voor de laatste 24 uur. Op Deadline Day werden er nog 46 transfers genoteerd. Dat is het grootste aantal sinds 2017, toen liefst tachtig spelers vlak voor het sluiten van de markt naar Nederland kwamen, een binnenlandse transfer maakten, of naar het buitenland trokken.

FC Groningen is verantwoordelijk voor de laatste transfer voor het sluiten van de transfermarkt. De 'Trots van het Noorden', die op Deadline Day bedrijvig was door vijf spelers te halen, verkocht vleugelverdediger Gabriel Gudmundsson om 23.53 uur aan het Franse Lille OSC.

Vergeleken met de voorgaande jaren kozen minder spelers voor een binnenlandse transfer. 227 spelers veranderden binnen Nederland van club, net als in 2013. Van 2014 tot en met 2020 lag dat aantal hoger, al waren het er vorig jaar slechts twee meer.

Er kwamen ook 36 minder spelers naar Nederland toe dan een jaar eerder (175 om 211). 207 spelers besloten om een transfer naar het buitenland te maken; dat zijn er juist weer minder dan in de afgelopen twee jaar.