De KNVB heeft afgelopen Eredivisie-seizoen 26 situaties geteld waarin de videoscheidsrechter niet op de juiste wijze heeft ingegrepen. Zonder aanwezigheid van de VAR zou het aantal fouten volgens de voetbalbond met 103 veel hoger zijn uitgevallen.

Uit analyses is gebleken dat een VAR-ingreep tien keer niet de juiste beslissing opleverde. Zeven keer omdat het verkeerde advies werd gegeven, drie keer omdat het juiste advies door de scheidsrechter in het veld niet werd overgenomen. Zestien keer besloot de VAR bij een situatie niet in te grijpen, terwijl dat wel had gemoeten.

"Losse incidenten krijgen volop de aandacht, maar over het hele seizoen genomen kunnen we opnieuw zeggen dat de clubs dankzij de VAR met fors minder beoordelingsfouten te maken hadden", zegt coördinator scheidsrechterszaken Dick van Egmond.

"Wel is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat ondanks het gebruik van beelden strafschoppen en ernstig gemeen spel soms lastig eenduidig te beoordelen zijn. Dat blijft mensenwerk. Ons doel blijft het aantal fouten steeds verder terug te dringen."

Halverwege het seizoen kwam de KNVB ook al met cijfers over het aantal VAR-ingrepen. Toen telde de bond veertien momenten waarbij het verkeerd was gegaan.

Slechts één fout bij buitenspelbeoordeling

De KNVB meldt daarnaast dat de buitenspeltechnologie en de zestienmetercamera's, die afgelopen seizoen voor het eerst bij alle wedstrijden in de Eredivisie werden gebruikt, veel fouten hebben voorkomen.

In 49 gevallen werd dankzij de zestienmetercamera een beslissing teruggedraaid. Van de virtuele buitenspellijnen werd 22 keer dankbaar gebruik gemaakt om een grensrechter te corrigeren.

"In 306 wedstrijden is er slechts één fout gemaakt in de buitenspelbeoordeling", weet Van Egmond. "Dat is een prima resultaat."

Hij geeft wel toe dat het soms een aantal minuten duurde voordat de beslissing werd genomen, iets wat soms voor irritatie zorgde. "Maar bijna altijd was alleen de ploeg die zich benadeeld voelde ontevreden over die wachttijd."