De clubs uit de Engelse Premier League krijgen een boete van 25 miljoen Britse pond (zo'n 29 miljoen euro) en dertig punten aftrek als ze een nieuwe poging wagen om een Super League op te zetten. Dat heeft de competitieleiding woensdag bekendgemaakt.

Het besluit van de Premier League volgt na de beoogde deelname van Manchester City, Manchester United, Chelsea, Liverpool, Arsenal en Tottenham Hotspur aan de gesloten Europese elitecompetitie. Onder zware druk van supporters, bonden, sponsors en de Britse premier Boris Johnson trokken zij zich eind april terug uit het project.

Desondanks krijgen de zes clubs een boete van 22 miljoen pond (ruim 25 miljoen euro) voor het opzetten van de Super League, die de huidige Champions League moest vervangen. Het geld gaat naar nieuwe mogelijkheden voor supporters en maatschappelijke projecten.

"De zes clubs die betrokken waren bij de oprichting van de Super League, hebben vandaag opnieuw erkend dat hun acties een vergissing waren", meldt de Premier League in een verklaring na een overleg met alle twintig clubs. "Ze hebben opnieuw bevestigd dat ze zich zullen verbinden aan de Premier League en de toekomst van het Engelse voetbal."

Eerder werd al bekend dat nieuwe eigenaren in de Premier League een verklaring moeten ondertekenen dat ze met hun club niet gaan deelnemen aan de Super League. Momenteel loopt nog een onderzoek van de Engelse voetbalbond FA naar de rol van de Engelse clubs bij de oprichting van de competitie.

Alleen FC Barcelona, Real Madrid en Juventus houden vast aan de plannen voor de Super League. De Europese voetbalbond UEFA heeft eind vorige maand een tuchtprocedure tegen de drie clubs gestart. Het is niet duidelijk welke straf de clubs riskeren. Een Europese rechter doet tegelijkertijd onderzoek naar de vraag of de UEFA een Super League mag tegenhouden.