FC Den Bosch is woensdag tot zijn opluchting veroordeeld tot een betaling van 240.000 euro aan de voormalige investeerder Kakhi Jordania. De Keuken Kampioen Divisie-club verwacht namelijk dat een tegenclaim in de langslepende zaak aanzienlijk hoger zal gaan uitvallen.

Na een mislukte overname in 2018 - de licentiecommissie van de KNVB gaf geen toestemming - eiste Jordania een bedrag van 2 miljoen euro terug, waarvan de rechter nu heeft bepaald dat hij recht heeft op 'slechts' 240.000 euro.

Er werd ook vastgesteld dat de exacte hoogte van de schadevergoeding die FC Den Bosch van de jonge Georgische zakenman eist, via een aparte procedure bepaald wordt. De club en de advocaten zijn ervan overtuigd dat dat bedrag de 240.000 euro zal overstijgen.

Volgens Rob Kleijzen, lid van de raad van commissarissen van FC Den Bosch, komt met de uitspraak van de rechter een onzekere periode ten einde waarin "velen bang waren voor het voortbestaan van de club". "Nu kijken we vooruit", zegt hij in een verklaring.

"Al zo'n negenhonderd supporters hebben hun seizoenkaart verlengd. Ook vrijwel alle sponsors hebben de club niet laten vallen en blijven aan boord. Trainer Jack de Gier bracht de durf in de lurven terug. Op dat nieuwe elan en op de trouwe clubliefde van de achterban die ons overeind hield, kijken we uit naar een nieuw seizoen met elkaar en met nieuwe perspectieven."

FC Den Bosch speelde afgelopen seizoen een bijrol in de Keuken Kampioen Divisie. Onder trainer De Gier, die in februari de ontslagen Erik van der Ven opvolgde, eindigde de Brabantse ploeg als voorlaatste.