JPMorgan heeft vrijdag voor het eerst sinds het Super League-debacle van zich laten horen. De Amerikaanse bank was met 3,5 miljard euro de grootste investeerder in de geflopte elitecompetitie in het Europese voetbal.

"Het is duidelijk dat we verkeerd hebben ingeschat hoe deze deal in de voetbalwereld zou vallen en wat voor impact die zou hebben. We zullen hiervan leren", zegt een woordvoerder van JPMorgan.

De plannen voor de oprichting van de Super League sneuvelden deze week binnen 48 uur nadat ze waren onthuld. Zondagavond maakten twaalf clubs uit Engeland, Spanje en Italië bekend dat ze een gesloten en zeer lucratieve competitie zouden beginnen.

Dat leidde tot furieuze reacties van de FIFA, UEFA, nationale bonden en fans. Onder druk van die kritiek trokken de zes Engelse clubs Arsenal, Chelsea, Liverpool, Manchester City, Manchester United en Tottenham Hotspur zich dinsdag terug.

Ook Atlético Madrid en Internazionale meldden vervolgens af te zien van deelname. De overige vier clubs - AC Milan, Juventus, FC Barcelona en Real Madrid - moesten zich er daardoor bij neerleggen dat de Super League niet door zou kunnen gaan.

Een aantal van die clubs heeft wel de hoop uitgesproken dat de competitie met een andere opzet toch doorgang kan vinden.