Cuba heeft dinsdag voor het eerst in de historie voetballers die in het buitenland spelen en wonen opgeroepen voor de nationale ploeg.

Het gaat om elf Cubaanse voetballers die actief zijn in Engeland, Canada, Spanje, San Marino, Costa Rica, Brazilië, Guatemala, Dominicaanse Republiek en Honduras. De andere vijftien geselecteerde spelers komen uit voor clubs in Cuba.

Onel Hernández van Norwich City (foto) speelt bij de bekendste club. De 28-jarige aanvaller, die als kind naar Duitsland emigreerde, hoort bij de vier voetballers die vast in het buitenland wonen. De andere zeven spelen met toestemming van de Cubaanse overheid in een buitenlandse competitie.

Onder de voormalige Cubaanse leider Fidel Castro was professionele sportbeoefening tussen 1961 en 2016 verboden op het eiland in het Caribisch gebied. Het vaderland ontvluchten was voor getalenteerde atleten de enige manier om in het buitenland fulltime contracten te tekenen.

Met het besluit om voortaan spelers uit buitenlandse competities tot de nationale voetbalselectie toe te laten, wil het Cubaanse regime onder meer het aantal overlopers terugdringen en de prestaties van het nationale elftal verbeteren.

Cuba speelt eind deze maand WK-kwalificatiewedstrijden tegen Guatemala en Curaçao, de ploeg van bondscoach Guus Hiddink. De Cubanen deden één keer mee aan een WK. In 1938 haalden ze de kwartfinales.