Jack Charlton is vrijdagavond na een lang ziekbed op 85-jarige leeftijd overleden. De oud-verdediger maakte deel uit van het Engelse elftal dat in 1966 wereldkampioen werd. Hij was na zijn loopbaan onder meer bondscoach van Ierland.

De wereldtitel van 1966 is nog altijd de enige in de historie van Engeland. Charlton had net als zijn broer en Manchester United-legende Bobby een basisplaats in de finale, die op Wembley na verlenging met 4-2 werd gewonnen van West-Duitsland.

Charlton speelde in totaal 35 interlands voor Engeland en kwam zijn hele clubcarrière uit voor Leeds United, waar hij van 1952 tot 1973 onder contract stond en uitgroeide tot legende. Hij speelde in 23 jaar liefst 773 officiële wedstrijden voor de club.

"We kunnen niet in woorden uitdrukken hoe trots we op hem zijn", schrijft de familie van Charlton in een verklaring op de site van Leeds United. "Hij heeft zoveel mensen over de hele wereld plezier gebracht. Jack laat een groot gat achter."

Charlton was jarenlang bondscoach van Ierland

Nadat Charlton in 1973 een punt achter zijn loopbaan zette, besloot hij zich op zijn trainerscarrière te richten. De oud-verdediger begon als coach van Middlesbrough en stond later ook voor de groep van Sheffield Wednesday en Newcastle United.

Van 1986 tot 1996 was Charlton de bondscoach van Ierland, waarmee hij in 1990 historie schreef door de kwartfinales van het WK in Italië te halen. Het is nog altijd de beste prestatie van de Ieren op een wereldkampioenschap.

Op het EK 1988 zat hij als bondscoach op de bank toen Ierland door de legendarische kopbal van Wim Kieft werd uitgeschakeld door het Nederlands elftal (0-1). Ook in de achtste finales van het WK 1994 dolven Charlton en Ierland het onderspit tegen Oranje, dat toen met 2-0 zegevierde.