Real Madrid heeft nog twee zeges nodig voor de 34e landstitel uit de clubhistorie. De koploper won vrijdag met 2-0 van Deportivo Alavés en heeft met nog drie duels te gaan weer vier punten voorsprong op nummer twee FC Barcelona.

Karim Benzema was bij afwezigheid van de geschorste Sergio Ramos de aanvoerder van Real en de spits eiste niet voor het eerst deze jaargang de hoofdrol voor zich op met een goal en een assist.

Nadat Joselu in de openingsfase namens Alavés de lat had geraakt, kreeg Real na tien minuten een penalty na een overtreding van Ximo Navarro op Ferland Mendy, als linksback de vervanger van de rest van het seizoen met een blessure uitgeschakelde Marcelo.

In plaats van Ramos, die in de vorige twee wedstrijden Real een 1-0-zege schonk door een penalty raak te schieten, ging Benzema achter de bal staan. De Fransman faalde niet en maakte zijn achttiende competitietreffer. Het was voor de Madrilenen de tiende strafschop van het La Liga-seizoen en de vierde in de acht duels sinds de coronapauze.

In de tweede helft was er door een blessure bij Jesús Gil Manzano een nieuwe scheidsrechter. Arbiter Héctor Rodríguez Carpallo keurde in de 51e minuut in eerste instantie een goal van Marco Asensio af op aanraden van zijn grensrechter, maar de VAR zag dat aangever Benzema niet buitenspel stond: 2-0.

In het vervolg van het duel kwam de achtste zege op rij niet in gevaar voor Real, dat nog foutloos is sinds de hervatting van het seizoen. Als Barcelona zaterdag punten verspeelt op bezoek bij Real Valladolid, kan Real maandagavond met een zege op Granada al kampioen worden. Twee zeges zijn sowieso genoeg voor de titel.

Resterend programma Real Madrid

  • 13 juli: Granada-Real Madrid
  • 15 juli: Real Madrid-Villarreal
  • 19 juli: Leganés-Real Madrid

Resterend programma FC Barcelona

  • 11 juli: Real Valladolid-FC Barcelona
  • 15 juli: FC Barcelona-Osasuna
  • 19 juli: Deportivo Alavés-FC Barcelona

Bekijk het programma, de uitslagen en de stand van La Liga