Trainer Peter Bosz vindt dat Bayer Leverkusen zichzelf zaterdagavond tekort heeft gedaan in de finale van de DFB-Pokal tegen Bayern München. De 'Werkself' verloor, met name door een matige eerste helft, met 2-4 van 'Der Rekordmeister'.

Bayern maakte binnen 25 minuten het verschil in het Olympiastadion in Berlijn door doelpunten van David Alaba en Serge Gnabry. De wedstrijd leek helemaal gespeeld toen Robert Lewandowski na een uur spelen mede dankzij een blunder van keeper Lukás Hrádecky de 0-3 maakte, maar daarna volgde een opleving van Leverkusen.

"In de eerste helft werden we niet gevaarlijk, maar na rust ging het een stuk beter. We kregen enorme kansen en hadden er een echte wedstrijd van kunnen maken, maar daar zijn we helaas niet in geslaagd", zei een teleurgestelde Bosz op zijn persconferentie na de wedstrijd.

Sven Bender maakte in de 64e minuut nog wel de 1-3, maar het offensief van Leverkusen leverde verder niks op. Lewandowski gooide het duel in de 89e minuut definitief op slot, waarna Kai Havertz diep in blessuretijd nog de 2-4 aantekende.

De spelers van Bayern München vieren feest na het winnen van de beker. (Foto: Pro Shots)

'Het ontbrak ons aan moed en vertrouwen'

Voor Bayern betekende het de twintigste DFB-Pokal in de geschiedenis, terwijl Leverkusen de beker voor het eerst sinds 1993 en voor de tweede keer had kunnen winnen. De klap van de verloren bekerfinale kwam dan ook hard aan.

"De teleurstelling is erg groot bij ons allemaal", onderstreepte Bosz. "Als je erin slaagt de finale te halen, dan wil je die ook winnen en het had ook echt spannend kunnen worden. Maar als team hebben we op de top van ons kunnen gepresteerd. Bayern was beter en meer ervaren op de beslissende momenten."

Aanvoerder Lars Bender merkte eveneens dat ervaring een cruciale rol speelde in Berlijn. "Je kon misschien wel zien dat het voor één of twee spelers de eerste finale was. Het ontbrak ons daarnaast aan moed en vertrouwen in de beginfase en dan wordt het heel erg moeilijk."