Rob Rensenbrink zal tot zijn eigen afgrijzen altijd 'de man van de bal op de paal' blijven. De sierlijke linksbuiten overleed vrijdag op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van de spierziekte PSMA.

De blessuretijd is net ingegaan in Buenos Aires, waar Nederland net als vier jaar eerder in Duitsland in de WK-finale staat. Het niet bepaalde gastvrije Argentinië is in het Estadio Monumental de tegenstander. De stand is 1-1.

Oranje zet nog één keer aan, in de hoop de WK-finale van 1978 nog voor het verstrijken van de reguliere speeltijd te beslissen. Nog één lange haal naar voren, op hoop van zegen. De bal komt precies tussen de Argentijnse doelman en een verdediger terecht.

Rensenbrink is het meest alert en zet in een uiterste inspanning zijn schoen tegen de bal. De paal staat een zeker lijkende zege in de weg. In de verlenging is Nederland niet opgewassen tegen het thuisland. Weg WK-droom. Weg heldenstatus Rensenbrink.

"Ik kreeg mijn voet nog tegen de bal en raakte de paal. Meer kon ik niet doen", zei de 46-voudig international ruim twee jaar geleden tegen het AD. "Ik blijf erbij, het was geen echte kans. Ach, die paal, altijd weer die paal. Het zal tot mijn dood zo blijven."

Beste speler ooit van Anderlecht

Maar Rensenbrink was veel meer dan de man van de gemiste kans in de WK-finale. Met name in België bereikte de linksbuiten een legendarische status. Bij Club Brugge, de club waar hij in 1969 voor tekende, kreeg hij vanwege zijn sierlijke dribbels de bijnaam 'het slangenmens'.

Anderlecht zal voor altijd zijn club blijven. Rensenbrink speelde er tien jaar, werd twee keer kampioen, won twee keer de Europa Cup II - waarin hij in beide finales twee keer tot scoren kwam - en mocht ook nog eens vier keer de Belgische beker omhoog houden.

Veelzeggend is dan ook zijn uitverkiezing tot beste speler ooit van Anderlecht, bij de viering van het honderdjarig clubbestaan in 2008. Hij liet bijvoorbeeld clubicoon Paul Van Himst achter zich. "Het is een enorme eer om verkozen te worden tot beste speler aller tijden", zei de altijd bescheiden Rensenbrink destijds. "Zeker als je ziet dat ik voor een icoon als Van Himst eindig."

Nooit bij een Nederlandse topclub

Dat de oud-DWS'er nooit voor een Nederlandse topclub uitkwam, is niet zo gek. De interesse was er wel, maar Feyenoord had in die jaren nog altijd Coen Moulijn aan de linkerkant staan, terwijl Ajax volledig op Piet Keizer vertrouwde. PSV was in die jaren nog niet zo vermogend dat het zich een 'luxe' als Rensenbrink kon veroorloven. Het buitenland was in feite dan ook de enige logische optie.

De linksbuiten speelde in 1979 zijn 46e en laatste interland. Hij maakte in totaal veertien doelpunten voor Oranje, waaronder drie in het WK-duel met Iran (3-0) in 1978. Hij is nog altijd de enige Nederlander met een hattrick op een WK.

Een zware blessure noopte hem in 1981 als speler van Toulouse te stoppen met voetballen. Rensenbrink probeerde het nog even als trainer, maar dat mocht geen naam hebben. Liever keek hij naar wedstrijden van zijn (klein)kinderen.

Rensenbrink leidde na zijn carrière als profvoetballer dan ook een grotendeels anoniem leven. Behalve dan voor een groot aantal Belgen, die af en toe nog eens in Oostzaan op de stoep stonden voor een handtekening.

In 2012 werd bij Rensenbrink de ziekte PSMA geconstateerd, een spierziekte die erg lijkt op ALS. Ruim veertig jaar na die bewuste bal op de paal, is 'het slangenmens' niet meer.