Voormalig Oranje-international Rob Rensenbrink is op 72-jarige leeftijd overleden. De aanvaller, die meespeelde in de verloren WK-finales van 1974 en 1978, wordt gezien als een van de beste Nederlandse voetballers ooit.

Rensenbrink leed al enige tijd aan de spierziekte PSMA, waaraan hij vrijdag overleed. Jan Mulder, zijn vroegere ploeggenoot bij Oranje en Anderlecht, bracht het overlijden van Rensenbrink zaterdag namens de nabestaanden naar buiten.

Mulder wilde nog bij hem op bezoek gaan. "Ik hoorde echter dat hij in coma beland was en dat het geen zin had om hem te bezoeken. Rensenbrink is echt wel een monument in de geschiedenis van het Belgische voetbal."

Rensenbrink speelde 46 interlands en behoorde tot de legendarische Oranje-generatie met spelers als Johan Cruijff, Willem van Hanegem en Johan Neeskens. Hij scoorde veertien keer voor Nederland.

Op clubniveau kwam hij onder meer uit voor DWS, Club Brugge en Anderlecht. Met name bij die laatste Belgische club, waar hij tussen 1971 en 1980 voor uitkwam, was hij een publiekslieveling. Zijn sierlijke spel leverde hem de bijnaam 'het slangenmens' op.

Voor eeuwig verbonden met verloren WK-finale

Rensenbrink is in Nederland vooral bekend door zijn schot op de paal in de WK-finale van 1978, vlak voor tijd tegen Argentinië. De wedstrijd eindigde mede door die gemiste kans in 1-1, waarna de Argentijnen in de verlenging tweemaal scoorden.

Eerder dat toernooi scoorde hij drie keer tegen Iran en daarmee is hij nog altijd de enige Nederlander met een hattrick in een WK-wedstrijd.

Als clubvoetballer kende Rensenbrink zijn grootste successen in België. Met Anderlecht won hij in 1976 en 1978 de Europa Cup II. In beide finales scoorde hij twee keer.

De linksbuiten werd bij het honderdjarig bestaan van Anderlecht in 2008 verkozen tot beste speler ooit van de club. "Dank je Robbie! Merci Robbie! In our purple hearts forever", schrijft de Belgische club in een eerste reactie op de dood van Rensenbrink. De KNVB noemt Rensenbrink zaterdagavond "een legende".