De staking van de voetbalsters in de Spaanse competitie is voorbij. De spelersvakbond AFE meldt maandag dat een akkoord over de arbeidsvoorwaarden aanstaande is.

De speelsters van de clubs in de Primera División Femenina weigerden afgelopen weekend in actie te komen omdat ze niet tevreden waren en al maanden probeerden tot een cao te komen met minimale arbeidsovereenkomsten en een minimaal aantal uren.

Eind oktober stemde 93 procent van de speelsters, onder wie Oranje-internationals Lieke Martens, Stefanie van der Gragt (beiden FC Barcelona), Sari van Veenendaal (Atlético Madrid) en Merel van Dongen (Real Betis) al in met de staking.

De Spaanse voetbalbond RFEF stelde twee weken geleden een bedrag van 1,15 miljoen euro beschikbaar om aan de salariseisen van de speelsters te voldoen, waardoor een staking toen van de baan leek, maar zaterdag kwam er een kink in de kabel.

'Terug bij af, wij voetballen niet'

"De clubs gaan niet akkoord met de cao. De bond heeft geprobeerd te helpen. Ze waren bereid 1,5 miljoen euro in te leggen, maar wilden daarvoor alle rechten van de competitie hebben. In strijd met de contracten die er al liggen tussen de clubs en Mediapro. Terug bij af. Wij voetballen niet", schreef Van Dongen op Twitter.

Het minimumsalaris van achttien speelsters per club wordt 16.000 euro. Door nieuwe televisiecontracten kan dat bedrag oplopen tot 18.000 of 20.000 euro. Bovendien worden speelsters financieel gecompenseerd bij een blessure of bij zwangerschap.

De Primera División Femenina is acht speelrondes onderweg. Martens en Van der Gragt gaan met FC Barcelona aan kop (22 punten), gevolgd door titelverdediger Atlético Madrid (21 punten), waar Van Veenendaal speelt, en Deportivo La Coruña (19 punten).