De vijf grootste voetbalcompetities in Europa hebben de afgelopen transferperiode meer geld uitgegeven dan ooit tevoren. De clubs op het hoogste niveau in Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk spendeerden in totaal bijna 5,5 miljard euro.

Dat berekende accountantskantoor Deloitte dinsdag, een dag na het sluiten van de Europese transfermarkt, in opdracht van de BBC. Het vorige record dateerde van een jaar geleden, toen 880 miljoen miljoen euro minder werd uitgegeven dan deze zomer.

In Engeland, waar de transfermarkt op 8 augustus al sloot, werd met 1,55 miljard euro het meeste uitgegeven. De Premier League wordt gevolgd door de Spaanse La Liga (1,36 miljard), de Italiaanse Serie A (1,17 miljard), de Duitse Bundesliga (740 miljoen) en de Franse Ligue 1 (670 miljoen).

Hoewel Engeland de lijst blijft aanvoeren, stegen de uitgaven in Spanje het snelst. De twintig clubs in La Liga gaven twee keer zoveel geld uit als twee jaar geleden en overschreden voor het eerst de grens van 1 miljard euro.

De duurste transfer was die van de negentienjarige Portugees João Félix, die voor 126 miljoen euro van Benfica naar Atlético Madrid overstapte. Matthijs de Ligt (voor 85,5 miljoen van Ajax naar Juventus) en Frenkie de Jong (voor 75 miljoen van Ajax naar Barcelona) waren de Nederlanders voor wie het meest werd uitgegeven.

Volgens Deloitte is het uitgavenrecord met name het gevolg van hogere inkomsten uit televisiecontracten. Ook speelt een aantal trainerswissels, wat vaak gepaard gaat met een flinke vernieuwing van het elftal, een grote rol.