Leroy Fer kan zijn geluk niet op met zijn doelpunten donderdag in de met 3-0 gewonnen heenwedstrijd tegen Hapoel Be'er Sheva in de play-offs van de Europa League. De teruggekeerde middenvelder genoot van de steun die hij kreeg van het publiek in De Kuip.

"Er kwamen na mijn eerste doelpunt heel veel emoties los. Positieve, welteverstaan. Het was immers lang geleden dat ik had gescoord voor Feyenoord", zei Fer, die na rust verantwoordelijk was voor zowel de 2-0 als de 3-0.

"Daarnaast kent iedereen mijn verleden. Bij sommige supporters zat het nog diep dat ik Feyenoord in 2011 verruilde voor FC Twente. Maar toen ze na mijn tweede treffer mijn naam begonnen te scanderen, voelde het alsof iedereen me weer in de armen heeft gesloten."

Fer kreeg een paar weken geleden bij zijn officiële rentree tegen Sparta Rotterdam (2-2) nog niet zo'n warm welkom van het publiek met spandoeken als 'Wij Fergeven wel, maar Fergeten niet', maar ontving tegen Be'er Sheva een applauswissel.

"Ik merk nu niks meer van die negativiteit. Iedereen is hartstikke blij voor me. Ik probeer alles te geven voor de fans nu ik hier weer speel. Het was dan ook lekker dat ik mijn doelpunten uitgerekend voor het vak met Het Legioen maakte."

'Het gaat steeds beter'

Fer stond tegen Be'er Sheva voor het eerst in drie wedstrijden weer eens in de basis. Trainer Jaap Stam gaf hem rust in de wedstrijd tegen sc Heerenveen (1-1) en in de eerste helft tegen FC Utrecht (1-1), omdat hij net terugkomt van een zware blessure.

"Het gaat steeds beter. Ik ben nog niet waar ik wil zijn, maar dat had ik ook niet verwacht, omdat ik er toch zes maanden uit ben geweest. Ik mis nog een stukje inhoud. Ik ben blij dat ik vanavond weer wat meer minuten heb kunnen maken en hoop volgende week de negentig minuten vol te maken."

De spelers van Feyenoord kregen afgelopen zondag na de wedstrijd tegen FC Utrecht nog kritiek, omdat veel spelers in de slotfase van dat duel kramp kregen en lagen te rekken en strekken op het veld.

"Ik snap wat ze bedoelen. Het ziet er niet goed uit als er vier of vijf jongens tegelijkertijd kramp hebben. Maar veel jongens hebben lang niet gevoetbald. We hebben niet heel veel oefenwedstrijden gespeeld en moesten er meteen staan in de competitie", aldus Fer.

"Iedereen mag zijn of haar mening hebben, maar we weten zelf hoe het zit. Ik werk elke dag met de jongens op het trainingsveld en zie dat iedereen zijn stinkende best doet om zo snel mogelijk honderd procent wedstrijdfit te worden. Dat gaat de goede kant op."