Nederland heeft donderdagavond dankzij de overwinningen van PSV en Feyenoord en het gelijkspel van AZ de belangrijke elfde plaats op de coëfficiëntenlijst van de UEFA overgenomen van concurrent Oostenrijk.

Als Nederland de elfde plaats dit seizoen vasthoudt, mag de kampioen van 2021 vrijwel zeker rechtstreeks de Champions League in. Vanwege de prestaties van vorig seizoen - met name Ajax haalde veel punten binnen - is de kampioen van dit seizoen ook al zo goed als zeker van een Champions League-ticket.

De enige voorwaarde daarbij is dat de winnaar van de Champions League - op dit moment Liverpool - zich in het nieuwe seizoen via de competitie voor het miljoenenbal plaatst. Dat gebeurt echter vrijwel altijd.

Voorafgaand aan de Europese wedstrijden van deze week stond Nederland op de ranking nog met 0,275 punt achter op Oostenrijk. Door de resultaten van PSV, Feyenoord en AZ én het gelijkspel van Ajax bij APOEL van dinsdag pakte ons land 0,6 punt.

Namens Oostenrijk kwam donderdag geen club in actie en dinsdag greep LASK in de play-offs van de Champions League naast punten door met 0-1 te verliezen van Club Brugge. Later dit seizoen stromen RB Salzburg (Champions League) en Wolfsberger AC (Europa League) nog wél Europees in.

Bonuspunten voor Champions League-ticket

Bij de UEFA-coëfficiëntenlijst is in de voorrondes een overwinning één punt waard en een gelijkspel een half punt. In het hoofdtoernooi levert een zege twee punten op en een remise één punt.

Het totale aantal punten in een week wordt gedeeld door het aantal clubs dat per land aan het begin van het seizoen Europees actief was - in het geval van Nederland is dat vijf - en dat leidt tot de score op de ranking.

De wedstrijden van Ajax en LASK zijn extra belangrijk met het oog op de coëfficiëntenlijst, want een ticket voor het hoofdtoernooi van de Champions League levert omgerekend 0,8 bonuspunt op.

De returns in de play-offs van de Champions League en Europa League zijn volgende week.

Top 15 UEFA-coëfficiëntenlijst

  • 1. Spanje - 86,355 punten
  • 2. Engeland - 74,891
  • 3. Duitsland - 58,927
  • 4. Italië - 58,510
  • 5. Frankrijk - 50,248
  • 6. Rusland - 42,716
  • 7. Portugal - 41,649
  • 8. België - 32,600
  • 9. Oekraïne - 30,600
  • 10. Turkije - 30,400
  • 11. Nederland - 28,750
  • 12. Oostenrijk - 28,525
  • 13. Tsjechië - 25,900
  • 14. Denemarken - 25,750
  • 15. Cyprus - 25,000