John van den Brom baalt er ontzettend van dat het Europese avontuur met FC Utrecht al na twee wedstrijden voorbij is. De Domstedelingen blameerden zich donderdag tegen het Bosnische HSK Zrinjski Mostar.

De ploeg van Van den Brom had thuis met 1-1 gelijkgespeeld en kwam in Bosnië op voorsprong dankzij Simon Gustafson, maar na rust ging het mis. Mostar won met 2-1.

"Dit is verschrikkelijk. Ze zijn er een heel jaar mee bezig geweest en we hebben de hele voorbereiding afgestemd op deze wedstrijden", aldus Van den Brom, die deze zomer overkwam van AZ.

"Natuurlijk gaat het zondag beginnen in de competitie, maar deze tik komt heel hard aan, want we weten wat het inhoudt om Europees voetbal te spelen. Dan is het ontzettend zuur als je er tegen een club als deze uit ligt."

Het beslissende doelpunt viel in de verlenging en de manier waarop was curieus. Aanvoerder Willem Janssen en keeper David Jensen kregen de bal niet weg, waarna Stanisa Mandic kon afronden.

'We moeten het bij onszelf zoeken'

Van den Brom wil niet als excuus aanvoeren dat de spelers van Zrinjski veel op de grond lagen en daarmee het tempo uit de wedstrijd haalden.

"Daar hebben we niet op verloren", aldus de 52-jarige Amersfoorter. "We moeten het bij onszelf zoeken en vooral de manier waarop we in de tweede helft gespeeld hebben."

FC Utrecht krijgt zondag de kans om zich te revancheren, wanneer de Domstedelingen in de eerste speelronde van de Eredivisie op bezoek gaan bij ADO Den Haag.

"We hebben niet heel veel tijd, maar we moeten er weer staan", aldus Van den Brom. "Fysiek gezien is dit een enorm zware slag geweest onder zware omstandigheden, al is dat absoluut geen excuus."