Dusan Tadic is blij dat hij zich na zijn twee goals van woensdag in de kampioenswedstrijd tegen De Graafschap (1-4) topscorer van de Eredivisie mag noemen, maar de aanvaller van Ajax benadrukt dat het voor hem niet meer dan een bijzaak is.

"Die veertien assists zijn voor mij belangrijker", aldus Tadic, die ook in dat klassement - samen met ploeggenoot Hakim Ziyech - bovenaan staat. "Ik ben een type speler dat zo veel mogelijk assists wil geven. Dat is mijn doel. Niet topscorer worden."

Desondanks kwam de dertigjarige Tadic in zijn eerste seizoen bij Ajax tot 28 goals. Dat zijn er evenveel als PSV-spits Luuk de Jong, met wie hij de topscorerstitel deelt, maakte. In de laatste speelronde was het een doel van de medespelers van Tadic om hem topscorer te maken, en dat lukte mede doordat De Jong niet scoorde bij de 3-1-overwinning van PSV op Heracles Almelo.

"Ze zeiden dat ze me bewust gingen zoeken", vertelt Tadic. "Maar dat wilde ik niet. Het heeft geen zin om te pushen, want dan gaat het juist mis. En nu zie je: ik heb er twee gescoord. Maar nogmaals, ik wilde niet per se topscorer worden."

'We zijn bijna familie geworden'

De topscorerstitel van Tadic is opmerkelijk, omdat hij de afgelopen vier seizoenen bij Southampton bleef steken op respectievelijk vier, acht, drie en zes competitiegoals. Zijn record was zestien treffers voor FC Twente in het seizoen 2013/2014.

Dat de Servische international bij Ajax is uitgegroeid tot een doelpuntenmachine is volgens Tadic vooral te danken aan zijn ploeggenoten. "We hebben een sterk team en zijn bijna een familie geworden. Iedereen gunt elkaar het beste, waardoor bijzondere dingen kunnen gebeuren en ik dus topscorer ben geworden. Maar het kampioenschap is veel belangrijker."

Toen Tadic bij Ajax tekende, sprak hij al uit dat de Amsterdamse club na vijf jaar weer kampioen moest worden. "Ik besefte hoe belangrijk dat voor deze club is, zeker omdat de laatste keer zo lang geleden is. En het is gelukt. Ajax verdient dit."

Donderdag om 16.00 uur worden Tadic en zijn ploeggenoten gehuldigd op het Museumplein in Amsterdam. Het is voor het eerst sinds 2011 dat de festiviteiten in het centrum van de stad mogen plaatsvinden.