Algemeen directeur Edwin van der Sar van Ajax droomt al voorzichtig van de winst in de Champions League. De oud-doelman durfde het huidige elftal te vergelijken met het team van 1995, dat de cup voor zich opeiste.

Dankzij de 1-2-zege bij Juventus staat Ajax voor het eerst in 22 jaar bij de laatste vier in het belangrijkste Europese bekertoernooi. Destijds was het uitgerekend Juventus dat Ajax uit de finale hield.

"Het is voor mezelf ook wel lekker dat we eens van Juventus winnen", zei Van der Sar glimmend van trots bij Veronica. "We hebben er met Ajax twee keer van verloren en ik heb hier zelf als keeper ook niet mijn gelukkigste tijd gehad. Dan is het fijn als je zo'n resultaat haalt."

Van der Sar stelde vervolgens dat Ajax er nog niet is. "Maar ik denk dat het wel een beetje naar 1995 begint te ruiken", beaamde hij.

'Inkomsten interesseren me niet'

Dat Ajax door de zege in Turijn weer zo'n 12 miljoen euro mag bijschrijven noemde de directeur bijzaak. "Dat interesseert me niet. Natuurlijk is het prettig dat je hierdoor transfers kan doen en het salaris van spelers kan verhogen, maar het gaat om het voetbal."

"Dit is puur sportief geweldig", vervolgde hij. "Voor onze naam, voor de manier waarop we willen en moeten spelen. Dit gaat de wereld over, dat is veel belangrijker dan geld."

Net als de spelers en trainer Erik ten Hag vond Van der Sar dat Ajax nog lief was voor Juventus. "Je wordt gek van alle gemiste kansen en de afgekeurde goal. We hadden nog een penalty tegen kunnen krijgen, maar stel dat het 2-2 wordt, heb je ook alle kans. Gelukkig viel het goed."

Ajax treft in de halve finales de winnaar van de tweestrijd tussen Manchester City en Tottenham Hotspur. Die ploegen staan woensdag tegenover elkaar. De 'Spurs' wonnen het thuisduel met 1-0.