Gordon Banks is in de nacht van maandag op dinsdag op 81-jarige leeftijd overleden. De Engelsman, die wordt beschouwd als een van de beste keepers aller tijden, was al enkele jaren ernstig ziek.

"Met grote droefheid maken we bekend dat Gordon vannacht vreedzaam is heengegaan", laat zijn familie weten in een korte verklaring. "We zijn er kapot van, maar we koesteren de mooie herinneringen en hadden niet trotser op hem kunnen zijn."

Banks speelde 73 interlands en werd met Engeland in 1966 wereldkampioen in eigen land. In de finale op Wembley werd West-Duitsland na verlenging met 4-2 verslagen.

Op het WK van 1970 in Mexico verrichte Banks een magistrale redding op een kopbal van de Braziliaanse legende Pelé. De actie wordt beschouwd als een van de beste reddingen ooit.

Zesmaal uitgeroepen tot beste doelman ter wereld

Banks begon zijn carrière in 1958 bij Chesterfield FC en speelde de meeste duels voor Leicester City (293) en Stoke City (194). Met beide clubs won hij eenmaal de League Cup, de enige prijzen die de Engelsman in zijn carrière naast het WK-goud won.

Van 1966 tot en met 1971 werd Banks door de FIFA zes jaar op rij verkozen tot beste keeper ter wereld. Stoke City liet een standbeeld van Banks bij het stadion plaatsen.

In 1972 raakte de keeper betrokken bij een auto-ongeluk, waardoor hij het zicht in zijn rechteroog verloor. Dat leidde ertoe dat zijn carrière als topkeeper voorbij was, al speelde hij eind van de jaren zeventig nog wel in de Verenigde Staten voor Fort Lauderdale Strikers.

Financiële problemen na carrière

Na zijn keeperscarrière was Banks korte tijd en zonder succes manager van Telford United. Later kreeg hij financiële problemen, waardoor hij in 2001 zijn gouden WK-medaille en zijn cap van de WK-finale liet veilen.

In 2015 kreeg Banks te horen dat hij nierkanker had. In december 2017 verrichtte hij in Moskou samen met andere voetballegendes de loting voor het WK in Rusland. Dat was een van zijn laatste publieke optredens.