De internationale transfermarkt blijft groeien. Vorig jaar werd volgens cijfers van wereldvoetbalbond FIFA voor 7 miljard dollar (6,13 miljard euro) aan transfers afgerond. Dat is 10,3 procent meer dan 2017, dat tot dusver als recordjaar gold.

In 2018 werden in totaal 16.533 transfers genoteerd, tegen 15.657 in het voorgaande jaar. Brazilië is de koploper, zowel bij uitgaande als inkomende transfers.

De vijf grootste competities - die van Engeland, Spanje, Italië, Duitsland en Frankrijk - gaven in die volgorde het meeste geld uit aan transfers. Engelse clubs betaalden alleen al bijna 2 miljard dollar voor nieuwe spelers. Nederland staat op de mondiale lijst negende met 128 miljoen dollar aan besteed transfergeld.

Virgil van Dijk was in 2018 een van de duurste spelers. Liverpool nam de aanvoerder van Oranje in januari voor 84,5 miljoen euro over van Southampton, waarmee hij vooralsnog de duurste Nederlander ooit is.

Frankrijk is juist koploper in het verkopen. De Franse clubs (936 miljoen dollar) verslaan Engeland nipt met iets meer dan 1 miljoen dollar. Spanje is derde met 908 miljoen dollar aan verkopen. Nederland verkocht in 2018 spelers voor in totaal 158 miljoen dollar.

Topcompetities draaien meeste verlies

Opvallend is dat drie topcompetities (Italië, Spanje en Engeland) per saldo veruit de grootste verliezen maken op transfergebied.

Engeland staat helemaal onderaan het lijstje met een verlies op transfers van ruim 1 miljard dollar. Spanje staat voorlaatste (-446 miljoen dollar) en Italië (-324 miljoen dollar) staat daar net boven.

Nederland staat van alle landen op de zestiende plaats met een winst van 30 miljoen dollar (26,3 miljoen euro).