FIFA-voorzitter Gianni Infantino is fel tegen de oprichting van een competitie voor Europese topclubs, liet de Zwitser woensdag weten op een persconferentie in Zürich.

Media in binnen- en buitenland brachten vrijdagavond - op basis van documenten van klokkenluidersplatform Football Leaks - naar buiten dat zestien Europese topclubs zouden werken aan een zogenoemde Super League.

"Het is duidelijk dat deze dreiging bestaat'', zei Infantino over het toernooi, dat in 2021 van start zou moeten gaan. "Ik denk dat de verantwoordelijken zich goed moeten afvragen wat de gevolgen zijn als ze zich volledig afsplitsen."

De zestien Europese topclubs zijn Bayern München, Real Madrid, FC Barcelona, ​​Manchester United, Chelsea, Arsenal, Manchester City, Liverpool, Paris Saint-Germain, Juventus, AC Milan, Atlético Madrid, Borussia Dortmund, Olympique Marseille, Internazionale en AS Roma.

Clubs overwegen uit nationale competities te stappen

Deelnemers aan de Super League zouden zelfs overwegen uit nationale competities te stappen. Infantino waarschuwt dat het oprichten van een Super League verstrekkende gevolgen kan hebben voor de spelers.

"Je hoort erbij of je hoort er niet bij. Als er spelers zijn die buiten de bestaande competities en toernooien wedstrijden willen spelen, dan betekent dat wat mij betreft ook dat ze niet meer mogen uitkomen op bijvoorbeeld EK's en WK's."

Eerder deze week liet ook UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin zich kritisch uit over de Super League. Volgens de Sloveen zou een dergelijk toernooi "schadelijk zijn voor het wereldwijde voetbal".

De geruchten over een Super League zijn niet nieuw. Veel grote clubs zijn ontevreden over de verdeling van de inkomsten in de Champions League en vinden dat ze in de groepsfase te weinig weerstand krijgen. Bovendien denken de clubs meer geld te verdienen met een exclusieve competitie.