Het Nederlands elftal heeft dinsdagavond gelijkgespeeld tegen België. De oefeninterland in het Koning Boudewijnstadion in Brussel eindigde in 1-1.

De Belgen, die eerste staan op de FIFA-ranking, kwamen al na vijf minuten op voorsprong door een goal van Dries Mertens, maar na een half uur was de stand weer in evenwicht. Arnaut Danjuma Groeneveld bekroonde zijn basisdebuut door de 1-1 te maken.

Na rust werd niet meer gescoord en wisselden beide bondscoaches veelvuldig. Ronald Koeman gunde Pablo Rosario zijn debuut, nadat de middenvelder van PSV op het laatste moment geschorst bleek voor de wedstrijd tegen Duitsland.

Met het gelijkspel tegen de Belgen sluit Oranje een goede interlandperiode af, met als hoogtepunt de knappe 3-0-zege van zaterdag tegen de Duitsers.

Volgende maand zijn de tweede laatste duels van het Nederlands elftal in 2018. Oranje speelt in de Nations League thuis tegen Frankrijk (16 november) en uit tegen Duitsland (19 november).

Zes wijzigingen in opstelling Oranje

Ten opzichte van de wedstrijd tegen Duitsland stelde Koeman dinsdagavond in Brussel maar liefst zes andere spelers op. Stefan de Vrij, Nathan Aké, Donny van de Beek, Kevin Strootman, Quincy Promes en Danjuma Groeneveld stonden aan de aftrap tegen België. Daley Blind droeg bij afwezigheid van de geblesseerde Virgil van Dijk de aanvoerdersband.

Ook de 'Rode Duivels' speelden niet in hun sterkste opstelling, maar ze waren in de beginfase wel veel sterker dan Oranje. Na 4 minuten en 23 seconden stond de 1-0 zelfs al op het scorebord. Captain Eden Hazard leverde een goede voorzet af, die ternauwernood werd weggekopt door Van de Beek. Daarmee was het gevaar niet geweken, want Mertens pikte de bal op en schoot fraai raak.

Binnen het kwartier ontsnapte Nederland aan de 2-0 (Romelu Lukaku kopte over), maar daarna durfde de ploeg van Koeman eindelijk aan aanvallen te denken. De eerste goede kans was voor Memphis Depay, waarna het bij de tweede mogelijkheid voor Oranje wel raak was.

Van de Beek onderschepte op het middenveld en via Promes en Memphis kwam de bal bij Danjuma Groeneveld. De aanvaller van Club Brugge nam aan en schoof de bal onder de Belgische doelman Simon Mignolet door in het doel (1-1).

Bijna werd het in de eerste helft nog mooier voor Nederland. Promes haalde hard uit, maar de aanvaller van Sevilla zag zijn schot op de paal eindigen. Anderzijds liet ook België voor rust nog wat kansen onbenut. Zo vloog een schot van Hazard rakelings naast.

Batshuayi mist kansen voor België

De rust was voor beide bondscoaches aanleiding om flink te wisselen. Bij België bracht Roberto Martínez maar liefst drie nieuwe spelers en bij Oranje kwamen Hans Hateboer en debutant Rosario in het veld.

Onder de drie Belgische nieuwkomers was Valencia-spits Michy Batshuayi en die liet zich meteen gelden. Vrijwel meteen na de aftrap stond hij oog in oog met Oranje-doelman Jasper Cillessen, maar zijn inzet ging naast. Even later testte Batshuayi Cillessen met een aardige kopbal.

Verder was er na rust veel minder te beleven. Koeman bracht ook nog Tonny Vilhena, Steven Bergwijn, Patrick van Aanholt en Luuk de Jong als invaller, terwijl Batshuayi weer een kans miste.

De Belgen, die vrijdag in de Nations League met 2-1 van Zwitserland wonnen, leken het verder wel te geloven, maar Nederland ging in het laatste kwartier nog voor de winst. Dat leverde een schietkans op voor Bergwijn en uit de daaropvolgende corner voorkwam Mignolet met een fraaie redding dat Aké binnenkopte.

In de laatste minuten drongen de Belgen toch nog even aan. Weer vond Batshuayi Cillessen op zijn weg, waardoor het 1-1 bleef in Brussel en Koeman met een goed gevoel kan terugkijken op de laatste twee interlands.