De Oranjevrouwen hebben vrijdag in een herhaling van de EK-finale met 3-2 gewonnen van Denemarken. De beslissing in de wedstrijd om de Algarve Cup viel in blessuretijd, door een eigen doelpunt van een Deense verdediger.

Debutant Cheyenne van den Goorbergh en invaller Lieke Martens maakten de eerste twee doelpunten van Oranje, dat bij rust nog tegen een 1-2 achterstand aankeek.

Bondscoach Sarina Wiegman stelde een B-team op. Van de elf basisspelers die in augustus de EK-finale met 4-2 wonnen, stond alleen Desiree van Lunteren vrijdag aan de aftrap.

Woensdag was Oranje de Algarve Cup - een vriendschappelijk toernooi in Portugal waar twaalf sterke ploegen aan deelnemen – nog met 6-2 te sterk voor Japan. De verliezend WK-finalist stelde toen ook een B-team op.

Doordat Japan vrijdag van IJsland (2-1) won, is Oranje al vrijwel zeker van de winst in groep C.

Van der Goorbergh

Pernille Harder zette Denemarken na twintig minuten op voorsprong. De aanvoerster passeerde de debuterende doelvrouw Jennifer Vreugdenhil met een schuiver van achttien meter.

Tien minuten later tekende Van den Goorbergh voor de gelijkmaker. De 20-jarige middenvelder van FC Twente schoot de bal van de rand van het strafschopgebied in de kruising.

Denemarken sloeg enkele minuten later weer terug. Met een rake kopbal tekende Frederikke Thögersen voor de 1-2.

Een kwartier voor het einde kopte Lieke Martens uit een voorzet van Liza van der Most de 2-2 binnen. De Wereldvoetbalster van het Jaar 2017 stond pas drie minuten in het veld.

Het leek op een gelijkspel uit te draaien, maar diep in blessuretijd kopte Simone Boye Sörensen in eigen doel. Kort daarvoor had de Deense Karoline Schmidt haar tweede gele kaart gekregen, waardoor Denemarken nog maar met tien vrouwen op het veld stond.

Maandag speelt Oranje nog tegen IJsland, op woensdag volgt de laatste wedstrijd van het toernooi. De tegenstander is nog onbekend.