Door het ontslag zondag van Peter Bosz bij Borussia Dortmund is er voor het eerst in ruim 21 jaar geen Nederlandse trainer actief in een van de vier grote Europese competities (Premier League, Serie A, Primera Division en Bundesliga).

De laatste keer dat het Nederlandse trainersgilde ontbrak op het hoogste niveau in Engeland, Spanje, Italië en Duitsland was na het ontslag van Johan Cruijff bij FC Barcelona op 18 mei 1996.

Destijds was dat van korte duur, want in juli 1996 werd de destijds 34-jarige Ruud Gullit behalve speler ook trainer van Chelsea. Twee maanden later begon Huub Stevens bij Schalke 04 aan zijn eerste Duitse avontuur. De afgelopen jaren was er meestal veel meer dan één Nederlandse trainer actief in de topcompetities.

Het seizoen begon nog met twee Nederlandse trainers in de Bundesliga en twee in de Premier League. Frank de Boer werd in september ontslagen bij Crystal Palace en Andries Jonker moest diezelfde maand het veld ruimen bij VfL Wolfsburg.

Ronald Koeman (Everton) was in oktober de derde Nederlander die moest vertrekken en zondag maakte Bosz de malaise compleet.

Van der Meer

In kleinere voetballanden zijn nog wel Nederlandse trainers actief op het hoogste niveau. Ricardo Moniz is coach van het Deense Randers FC, Jordi Cruijff (Maccabi Tel Aviv) is trainer in Israël, Erik van der Meer werkt bij het Hongaarse Honved FC, Arno Pijpers heeft de leiding bij het Estse FC Flora Tallinn en Henk ten Cate werd dit jaar met Al-Jazira Club kampioen van de Verenigde Arabische Emiraten.

Bovendien is Jaap Stam trainer van Reading. Vorig seizoen greep hij met die club net naast promotie naar de Premier League. Momenteel staan Stam en Reading op een teleurstellende zestiende plaats in het Championship.

Overigens was Bosz zondag niet de enige Nederlandse trainer die werd ontslagen in het buitenland. Albert Stuivenberg moest vertrekken bij het Belgische KRC Genk.