Jan de Jong wordt de opvolger van Eric Gudde als algemeen directeur van Feyenoord. De 50-jarige bestuurder verlaat na bijna 25 jaar de NOS.

De Jong is sinds tien jaar algemeen directeur bij de publieke omroep, waar hij als stagiair begon. Hij treedt op 1 november in dienst bij Feyenoord.

Gudde is bij de KNVB voorgedragen als directeur betaald voetbal. In die functie moet hij het stokje overnemen van de vertrokken Bert van Oostveen.

"Na ruim 24 jaar NOS sta ik uiteraard niet te boek als een jobhopper", zegt De Jong op de website van de NOS. "Ik had er met veel plezier nog jaren kunnen werken, want ik heb ernstig last van clubtrouw. Maar deze kans is uniek."

De Jong wil van Feyenoord een structurele topclub in Nederland maken, met veel spelers uit de eigen jeugdopleiding. De Rotterdammers werden afgelopen seizoen voor het eerst in negentien jaar landskampioen.

"Iedereen die mij kent, kent mijn enorme fascinatie voor topsport en voor Feyenoord", vertelt De Jong. "Feyenoord heeft een prachtige toekomst. Daar wil ik met mijn kennis en ervaring de komende jaren mijn steentje aan bijdragen."

Verheugd

"Wij zijn verheugd dat Jan Feyenoord komt versterken als algemeen directeur", zegt Gerard Hoetmer van de raad van commissarissen van Feyenoord. "Hij heeft jarenlange ervaring in het leiden van een complexe organisatie, het managen van zeer diverse stakeholdergroepen en het uitbouwen van een leidend mediabedrijf."

"Bovendien sluit zijn grote kennis van de sport- en voetbalwereld, met de daarbij behorende relaties en netwerken, naadloos aan bij de ambities die wij als club hebben. Daar komt bij dat we er van overtuigd zijn dat Jan ook als persoon een uitstekende match is met Feyenoord."

"Met zijn no-nonsense mentaliteit en al zijn ervaringen past Jan de Jong helemaal in de Rotterdamse en Feyenoord-cultuur om de grote doelen te bereiken die wij ons gesteld hebben: weer structureel aan de top van het voetbal komen, de realisatie van een nieuw stadion voor elkaar krijgen en de jeugdopleiding jaar na jaar weer de beste van Nederland laten zijn", zegt Hoetmer.